Belastingplan 2027: wat ondernemers nu al kunnen voorbereiden

Prinsjesdag is pas op 15 september 2026. Toch hoeft u niet tot die datum te wachten om vooruit te kijken naar 2027. Verschillende fiscale wijzigingen staan namelijk al vast of zijn door het kabinet concreet aangekondigd. Vooral voor werkgevers, DGA’s, ondernemers die investeren en vastgoedbeleggers kan het verstandig zijn om daar nu al rekening mee te houden.

Het officiële Belastingplan 2027 wordt op Prinsjesdag gepubliceerd. Pas daarna kennen we het complete pakket en ook vervolgens kunnen voorstellen tijdens de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer nog wijzigen. Tegelijkertijd is 2027 fiscaal zeker geen blanco vel. Een aantal veranderingen is al eerder in wetgeving vastgelegd en andere maatregelen zijn inmiddels door het kabinet aangekondigd.

Dit zijn wat ons betreft de belangrijkste aandachtspunten.

Auto van de zaak: vanaf 2027 een nieuwe kostenpost voor werkgevers

Een belangrijke verandering zit in het zakelijke wagenpark.

Stelt een werkgever vanaf 2027 een nieuwe niet-emissievrije personenauto ter beschikking aan een werknemer die deze ook privé of voor woon-werkverkeer gebruikt? Dan krijgt de werkgever te maken met een pseudo-eindheffing van 12% per jaar. De regeling raakt niet alleen benzine- en dieselauto’s, maar ook hybride personenauto’s. Voor volledig emissievrije auto’s geldt deze heffing niet. Voor bestaande situaties geldt overgangsrecht.

De financiële impact kan aanzienlijk zijn. Bij een auto met een cataloguswaarde van € 50.000 komt 12% neer op € 6.000 extra belasting per jaar voor de werkgever.

Ook een DGA die via zijn BV een auto ter beschikking krijgt, kan met deze regeling te maken krijgen. Een IB-ondernemer zonder werkgever-werknemerrelatie valt niet onder deze specifieke werkgeversheffing.

Wat betekent dit praktisch? Staat voor eind 2026 of in 2027 een nieuw leasecontract of een wijziging van het wagenpark gepland, dan is het verstandig om niet alleen naar leasekosten en bijtelling te kijken. Ook de fiscale kosten voor de werkgever moeten voortaan onderdeel zijn van de berekening.

Youngtimer? In 2027 verandert er veel

Ook de youngtimerregeling wordt fors beperkter.

In 2026 geldt de gunstige regeling nog voor auto’s vanaf 16 jaar. Vanaf 2027 wordt de leeftijdsgrens verhoogd naar 25 jaar. Alleen voor auto’s die minimaal 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, kan de bijtelling dan nog worden berekend over 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Heeft u bijvoorbeeld een zakelijke auto van 18 of 20 jaar oud, dan kan de fiscale behandeling in 2027 dus ingrijpend wijzigen.
Interessant voor IB-ondernemers is dat de Belastingdienst inmiddels heeft aangegeven dat deze wetswijziging onder voorwaarden aanleiding kan zijn om opnieuw te kijken naar de keuze om de auto tot het ondernemings- of privévermogen te rekenen.

Een youngtimer die nu fiscaal aantrekkelijk is, kan volgend jaar dus ineens een heel andere rekensom opleveren.

Meer vrije ruimte binnen de WKR

Voor werkgevers is er ook een verruiming. De vrije ruimte binnen de werkkostenregeling bedraagt momenteel 2% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Vanaf 2027 stijgt dit percentage naar 2,16%. Over het meerdere blijft de vrije ruimte volgens de huidige regels 1,18%.

De verruiming lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar bij een loonsom van € 400.000 ontstaat hierdoor € 640 extra vrije ruimte.
Dat maakt het interessant om opnieuw te kijken naar vergoedingen en verstrekkingen aan medewerkers, bijvoorbeeld rond vitaliteit, personeelsvoorzieningen, kerstpakketten of andere arbeidsvoorwaarden.

De 30%-regeling wordt voor veel werknemers een 27%-regeling

Voor organisaties met medewerkers uit het buitenland verandert er eveneens iets.
In 2025 en 2026 kan onder voorwaarden nog maximaal 30% van het loon belastingvrij worden vergoed via de expatregeling. Vanaf 2027 wordt dat voor veel nieuwe en bestaande gevallen maximaal 27%. Ook veranderen de salarisnormen. Voor werknemers die al uiterlijk in 2023 van de regeling gebruikmaakten, geldt overgangsrecht.

Voor werkgevers met internationale medewerkers is het daarom verstandig om tijdig vast te stellen wie door de wijziging wordt geraakt. De verlaging kan namelijk gevolgen hebben voor het nettoloon, arbeidsvoorwaarden en de totale werkgeverskosten.

Ondernemen in de inkomstenbelasting wordt opnieuw minder fiscaal aantrekkelijk

De zelfstandigenaftrek wordt al enkele jaren stapsgewijs afgebouwd. In 2026 bedraagt de aftrek nog € 1.200. In 2027 resteert € 900. Daarnaast heeft het kabinet aangekondigd om de startersaftrek vanaf 2027 af te schaffen. Deze maatregel moet nog worden verwerkt in het Belastingplan 2027.

Het fiscale verschil tussen ondernemen via een eenmanszaak of VOF en ondernemen via een BV wordt hierdoor opnieuw kleiner. Dat betekent overigens niet automatisch dat een BV voordeliger wordt. Daarbij spelen ook het winstniveau, het gebruikelijk loon, gewenste dividenduitkeringen, aansprakelijkheid en toekomstplannen een rol. Maar voor ondernemers met een structureel hogere winst is 2026 wel een logisch moment om de gekozen ondernemingsvorm opnieuw te beoordelen.

Investeren in energiebesparing wordt juist aantrekkelijker

Waar ondernemersfaciliteiten op sommige punten worden versoberd, wordt verduurzaming fiscaal sterker gestimuleerd. Het kabinet heeft aangekondigd de Energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 te verhogen van 40% naar 45,5%. Via de EIA kan een ondernemer bij kwalificerende investeringen een aanvullend percentage van de investeringskosten ten laste van de fiscale winst brengen.

Daar staat tegenover dat het kabinet de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) wil versoberen door het maximale investeringsbedrag te verlagen. De precieze uitwerking daarvan verwachten we bij het Belastingplan.

Heeft uw onderneming grotere investeringen in energiebesparing, installaties of verduurzaming gepland? Dan kan het verschil maken of een investering nog in 2026 of juist in 2027 plaatsvindt.

Vastgoed: overdrachtsbelasting voor beleggingswoningen naar 7%

Voor vastgoedbeleggers ligt eveneens een concrete wijziging op tafel. Sinds 2026 bedraagt de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen 8%. Het kabinet heeft aangekondigd dit tarief per 2027 verder te verlagen naar 7%. Het gaat bijvoorbeeld om woningen voor verhuur en vakantiewoningen.

Bij grotere bedragen telt één procentpunt snel op.
Bij een aankoopprijs van € 750.000 bedraagt het verschil bijvoorbeeld € 7.500.

Wordt een aankoop rond de jaarwisseling overwogen, dan kan het daarom zinvol zijn om ook de datum van juridische levering in de afweging mee te nemen. Uiteraard alleen als de voorgestelde tariefsverlaging daadwerkelijk wordt ingevoerd.

Ook de werkgeverslasten staan onder druk

Een onderwerp waar op Prinsjesdag nog meer duidelijkheid over moet komen, zijn de werkgeverspremies.

Het kabinet heeft voor 2027 een zogenoemde vrijheidsbijdrage voor bedrijven voorzien. De oorspronkelijke uitwerking gaat uit van een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), waarmee in 2027 circa € 1,5 miljard moet worden opgebracht. De precieze tariefstijging is op dit moment nog niet bekend en de uiteindelijke vormgeving kan nog wijzigen.

Voor werkgevers is dit een ontwikkeling om goed te volgen. Een hogere Aof-premie werkt rechtstreeks door in de totale personeelskosten en kan daarmee ook gevolgen hebben voor begrotingen voor 2027.

Wachten tot december is niet altijd verstandig

Niet iedere maatregel vraagt vandaag om actie. Maar een aantal beslissingen dat ondernemers in de komende maanden nemen, loopt wel door naar 2027.

Denk daarom vóór het einde van het jaar in ieder geval na over:

  • nieuwe leasecontracten en de samenstelling van het wagenpark;
  • de fiscale positie van een bestaande youngtimer;
  • geplande investeringen en het meest gunstige investeringsmoment;
  • voorgenomen vastgoedaankopen rond de jaarwisseling;
  • internationale medewerkers die gebruikmaken van de 30%-regeling; en
  • de personeelsbegroting en arbeidsvoorwaarden voor 2027.

Eerst Prinsjesdag, daarna rekenen

Op 15 september 2026 presenteert het kabinet het Belastingplan 2027. Dan wordt duidelijk welke aanvullende maatregelen worden voorgesteld en hoe de aangekondigde wijzigingen precies worden uitgewerkt.

Voor ondernemers is vooral van belang om daarna niet alleen te kijken naar wat er verandert, maar naar wat dit concreet betekent voor de eigen onderneming.

AXP volgt het Belastingplan 2027 op de voet. Na Prinsjesdag vertalen we de belangrijkste maatregelen naar de gevolgen en kansen voor ondernemers, DGA’s en werkgevers. Heeft u nu al plannen voor investeringen, personeel, vastgoed of uw wagenpark? Dan kijken we graag vooraf mee naar de fiscale gevolgen voor 2026 en 2027.

Bron: | 03-09-2026