Hi, How Can We Help You?

Tag Archives: Tijdelijke noodmaatregel overbrugging werkbehoud

februari 25, 2021
februari 25, 2021
In eerdere blogs hebben de ondersteuningsmaatregelen voor ondernemers samengevat. In dit blog hebben we alle wijzigingen en nieuwe maatregelen samengevat die gelden vanaf januari 2021.
Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW 3.0)
De  Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging van werkbehoud (NOW-3) kan vanaf 15 februari worden aangevraagd.
De maximale tegemoetkoming in deze regeling is verhoogd van 70% naar 85% van de totale loonkosten, waarbij het maximaal  in aanmerking te nemen maandloon € 9.538 bedraagt.
 Het vereiste minimale percentage omzetverlies om voor de regeling in aanmerking te komen, is verlaagd tot 20%.
Wanneer er geen gebruik gemaakt is van de NOW 2.0 kan er bij de NOW 3.0 zelf bepaald worden over welke periode de omzetvergelijking plaats zal moeten vinden (vanaf 1 oktober, november of december).  Het is werkgevers toegestaan de loonsom te verminderen met maximaal 10%. Het tweede tijdvak voor het aanvragen van de NOW 3.0 is geopend in de periode
tussen 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021 en de definitieve vaststelling zal plaatsvinden in de zomer van 2021. De definitieve vaststelling van de NOW 1.0 kan vanaf 7 oktober 2020 tot en met 24 maart 2021 (indien
accountantsverklaring is vereist tot en met 30 juni 2021) worden aangeleverd.  De definitieve vaststelling van de NOW 2.0 vanaf 15 april 2021.
Indien er een voorschot is ontvangen van meer dan € 100.000 of een vastgestelde vergoeding van meer dan € 125.000 dan is een
accountantsverklaring vereist. Indien er een voorschot is ontvangen van meer dan € 20.000 of een vastgestelde vergoeding van meer dan € 25.000 dan is er een verklaring van een derde deskundige vereist. Is er geen verklaring vereist, dan controleert het UWV achteraf steekproefgewijs de rechtmatigheid van de tegemoetkoming.
Wanneer er te veel aan subsidie is ontvangen hoeft het bedrag alleen terug te worden betaald wanneer dit meer is dan € 500.
Versoepeling uitstel van betaling belasting en verlaging boetes en rentes
De mogelijkheid om uitstel van betaling van belasting aan te vragen is verlengd
tot en met 30 juni 2021. De invorderingsrente blijft tot eind 2021 0,01%.
Daarentegen bedraagt de belastingrente sinds 1 oktober 2020 weer 4.0%, dit
geldt voor alle belastingsoorten. Het kwijtschelden van boetes geldt alleen
wanneer er ook een uitstel van betaling is aangevraagd. De uitstel van betaling
kan alleen worden aangevraagd voor verzuimboetes die zijn veroorzaakt door
financiële moeilijkheden vanwege het coronavirus. Momenteel onderzoekt de
Belastingdienst of er een regeling moet komen voor het kwijtschelden van
belastingschulden.
Het aanvragen van de uitstel kan niet op voorhand. Echter zal dit pas mogelijk
zijn na het ontvangen van een (naheffings)aanslag. Dit kan vervolgens schriftelijk
vóór 1 juli 2021.
Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstanding Ondernemer (TOZO)
TOZO ondersteunt zelfstandigen (ondernemers met een eenmanszaak of samenwerkingsverband)
in hun levensonderhoud tot aan het sociale minimum inkomen van € 1.050 per maand
(of € 1.500 per maand indien beide partners ondernemer zijn). De Tozo kan zowel
bestaan uit een aanvulling van het inkomen als uit een lening waarvan de
maximale looptijd is verlengd van 3 naar 3,5 jaar. Tot 1 juli 2021 hoeft de lening
niet te worden afgelost.
Om in aanmerking te komen van de Tozo, moet de winst lager zijn dan het
sociale minimum en de ondernemer in 2019 hebben voldaan aan het urencriterium en minimaal 1.225 uren aan de onderneming besteed hebben. De eerder aangekondigde vermogenstoets is geschrapt.
Het aanvragen van de Tozo is mogelijk bij de gemeente waar de ondernemer
woonachtig is. De gemeente zal de rechtmatigheid achteraf toesten met een door de ondernemer aan te leveren winstverklaring.
Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De TVL  compenseert ondernemers gedeeltelijk in hun vasten lasten.
Hierbij gaat het om de volgende sectoren: horeca, recreatie,
sportscholen, evenementen, podia en theaters, maar staat inmiddels open voor alle ondernemingen met een minimaal verlies aan omzet van 30%,
Deze maatregel is verlengd tot en met 30 juni 2021 in tijdvakken van drie
maanden (Q4 2020, Q1 2021 en Q2 2021). Om in aanmerking te komen voor de
TVL moet het omzetverlies minimaal 30% bedragen en dient het bedrag aan
vaste lasten minimaal € 3.000 te zijn. De aanvraag voor de TVL over het vierde
kwartaal 2020 is inmiddels gesloten, naar verwachting zal de aanvraag over het
eerste kwartaal 2021 eind februari openen.
Het maximale subsidiebedrag is verhoogd naar € 330.000 per drie maanden (€
400.000 voor ondernemingen met meer dan 25 werknemers).
Om aanspraak te maken op verlenging van de TVL moet elk tijdvak afzonderlijk
een aanvraag worden ingediend bij de RvO.
Borgstelling MKB Corona (BMKB-C)
Voor MKB-ondernemers die financiële moeilijkheden ondervinden door het
coronavirus is het mogelijk om gebruik te maken van een speciale borgstelling bij
het aangaan van nieuw krediet. Ondernemers kunnen een kredietlening
aanvragen bij een kredietverstrekker (zoals een bank) waar de overheid
gedeeltelijk bij garant zal staan. Hierdoor wordt krediet makkelijker verstrekt. Het
aanvragen van een kredietlening kan tot eind 2021.
Vaste reiskostenvergoeding en thuiswerken
Normaliter mag er geen onbelaste reiskostenvergoeding worden verstrekt aan
werknemers die langdurig thuiswerken. Er is besloten dat de
reiskostenvergoeding onbelast mag worden verstrekt tot 1 april 2021, wat is
gebaseerd op het oorspronkelijke reispatroon van de werknemer van vóór 13
maart 2020.
Verlaagd btw-tarief sportscholen
Bij het geven van online sportlessen mag het verlaagde btw-tarief van 9%
worden gehanteerd.
Vakantiebijslag
De werknemer heeft recht op een vakantiebijslag van minimaal 8% van het bruto
jaarsalaris over het afgelopen jaar. Door financiële moeilijkheden vanwege de
coronacrisis, kan het wenselijk zijn om de betaling van het vakantiegeld uit te
stellen. Dit dient echter in overleg met de werknemer te gebeuren en het is
hierbij raadzaam om de afspraken schriftelijk vast te leggen. De werkgever blijft
verplicht om minimaal één keer per jaar vakantiebijslag uit te keren.
Gebruikelijk loon voor DGA’s
Het gebruikelijk jaarloon van directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) was in 2020
gesteld op minimaal € 46.000 en is in 2021 gesteld op € 47.000. Door de
gevolgen van de coronacrisis mag dit in verhouding tot het omzetverlies worden
verlaagd.
Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting
Indien een BV in 2019 winst heeft gemaakt, dan kan een verlies uit 2020 pas in
2021 worden verrekend. Dit is versoepeld. Momenteel is het mogelijk om een
fiscale coronareserve op te nemen waarbij het verlies uit 2020 kan worden
verrekend met de winst uit 2019 voor zover dit verlies niet hoger is dan de winst.
Wanneer de aangifte vennootschapsbelasting al is ingediend, mag er een nieuwe
aangifte worden gedaan.
Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling
Om werknemers extra te kunnen steunen in de coronaperiode geldt er een
eenmalige verhoging van de werkkostenregeling van 1,7% naar 3% voor de
eerste € 400.000 van de loonsom van de werkgever. Hiermee kan de werkgever
onbelaste vergoedingen aan de werknemer verstrekken.
Versoepeling urencriterium
Voor ondernemers die in de aangifte inkomstenbelasting aanspraak willen maken
op ondernemersaftrek geldt o.a. het urencriterium van 1.225 uren per jaar die
minimaal aan de onderneming moeten zijn besteed. De Belastingdienst gaat er
automatisch vanuit dat hieraan wordt voldaan tussen de periode vanaf maart
2020 tot en met juni 2021, ook als dit feitelijk niet het geval is.
Betaalpauze hypothecaire lening
Ook de banken zijn bereid om de ondernemers tegemoet te komen. Het is nu
mogelijk om een betaalpauze aan te vragen van de aflossing en rente bij de
kredietverstrekker. De hypotheekrenteaftrek blijft in deze periode wel bestaan.
Let op, de betaalpauze geldt enkel wanneer dit is overeengekomen met de
hypotheekverstrekker.
Verhoging schenkvrijstelling in 2021
De schenkvrijstelling stelt het deel van de schenking vrij van belasting dat onder
de grens van de vrijstelling valt. Er hoeft alleen belasting afgedragen te worden
over het deel van de schenking dat hoger is dan de vrijstelling.
Om extra financiële hulp te kunnen bieden aan ondernemers zijn twee
schenkvrijstellingen voor 2021 verhoogd. Het gaat hierbij om de
schenkvrijstelling voor kinderen; die stijgt van € 5.515 naar € 6.604 in 2021. En
de schenkvrijstelling voor derden (bijvoorbeeld kleinkinderen, vrienden of
schenkingen van kinderen aan hun ouders); die stijgt van € 2.208 naar € 3.244 in
2021.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
De TONK-regeling is geïntroduceerd voor huishoudens die te maken hebben met
een significant inkomensverlies, die moeten terugvallen op een uitkering of die
niet in aanmerking komen voor de verschillende steunmaatregelen. Hiervan kan
het gevolg zijn dat er niet meer in de noodzakelijke kosten kan worden voorzien.
Naar verwachting gaat de TONK-maatregel vanaf 1 maart 2021 van start en zal
met terugwerkende kracht van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 gelden.
Deze steunmaatregel wordt uitgevoerd door de gemeenten en kan per gemeente
verschillen.
Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)
Bovengenoemde investeringskorting is bedoeld om bedrijven te stimuleren om te
blijven investeren in de coronaperiode. Om hiervoor in aanmerking te komen
gelden drie voorwaarden, namelijk; de investeringsbeslissing moet na 1 oktober
2020 zijn genomen, de volledige betaling moet plaatsvinden in 2021 of 2022 en
er moet sprake zijn van een bedrijfsmiddel dat binnen zes maanden na aanschaf
in gebruik wordt genomen.
De BIK kan worden aangevraagd door bedrijven die vennootschapsbelasting of
inkomstenbelasting verschuldigd zijn en loonheffingen afdragen voor personeel.
Daarnaast is een BIK-verklaring nodig van het RvO en deze kan vier keer per jaar
worden toegepast. Na toekenning van de BIK-verklaring kan de
investeringskorting worden toegepast op de loonaangifte.
De BIK kan samengaan met de KIA (kleinschaligheidsinvesteringsaftrek), de MIA
(Milieu Investeringsaftrek) en de EIA (Energie Investeringsaftrek).
Momenteel moet deze regeling nog worden goedgekeurd door de Europese
Commissie.

 

april 1, 2020
april 1, 2020

Voor het aanvragen van de NOW-subsidie bij het UWV moet de werkgever, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, een aantal stappen doorlopen zodat er door het UWV een voorschot op de loonkosten worden uitgekeerd:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei, vanwege een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later start.
    De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020.
  • De werkgever maakt een inschatting van de naar verwachting te realiseren omzet in de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019 of het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

NOW – berekening tegemoetkoming loonkosten

Let op: als de werkgever een WTV-aanvraag had ingediend, moet het dossiernummer van die aanvraag worden vermeld.

Loonsom voor werknemers met SV-loon

De loonsom van alle werknemers met sociaal verzekeringsloon komt in aanmerking voor de subsidie. Daaronder vallen eveneens werkenden met een fictieve dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen, maar geen vrijwillig verzekerden.

De subsidie bedraagt maximaal 90 procent van de loonsom. De werkgever vraagt de NOW aan per loonheffingsnummer. De loonsom wordt dus vastgesteld per loonheffingsnummer.

De loonsom bestaat dus uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon.

Het UWV gebruikt daarbij meestal de loonsom van januari 2020. Het loon van alle werknemers die in januari 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee.

Wiens loon telt (niet) mee?

De loonsom wordt dus vastgesteld per loonheffingsnummer. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

De NOW geldt voor alle werkgevers die werknemers in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn.

Het loon van alle verzekeringsplichtige werknemers telt mee bij de berekening van de loonsom mits ze worden doorbetaald, dus ook het loon van zieke werknemers.

Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) zijn doorgaans niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Hun loon telt niet mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie. DGA’s kunnen gebruik maken van de bijzondere bijstand zelfstandigen (BBz). Gemeenten voeren deze regeling uit.

Over stagevergoeding van stagiairs en het loon van BBL’ers worden premies werknemersverzekeringen betaald. De vergoeding die aan hen wordt betaald telt in dat geval mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie.

Wel of niet tot loonsom gerekend?

Een onregelmatigheidstoeslag maakt onderdeel uit van het socialeverzekeringsloon dat wordt gebruikt om de loonsom te bepalen.

De NOW biedt ook compensatie voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, pensioenpremies (werknemers- en werkgeversdeel) en de opbouw van vakantiebijslag. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt niet mee in de loonsom.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen voor bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al van de overheid vergoed via UWV.

Opslag van 30% bovenop loonsom

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals pensioenpremies (werkgeversdeel en werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom.

Correcties bij definitieve vaststelling

Bij de bevoorschotting worden werkgeversbetalingen in de meeste gevallen nog meegenomen in de
subsidiehoogte; in die gevallen wordt daar bij de definitieve vaststelling voor gecorrigeerd.

Voor de voorschotten én voor de definitieve vaststelling wordt de loonsom van januari 2020 gebruikt of, als daar geen gegevens over zijn, november 2019.

Het UWV kan bij de definitieve vaststelling nog wel enkele technische correcties doorvoeren:

  • als er in januari uitkeringen waren inbegrepen in de loonsom (bijvoorbeeld ZW-uitkeringen bij een no-riskpolis, die de werkgever van het UWV vergoed krijgt), worden die niet meegenomen in de loonsom;
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die vakantiebijslag reserveert, wordt dat vakantiegeld niet meegenomen in de loonsom (in de opslag voor werkgeverskosten van 30% zit de vakantiebijslag namelijk al inbegrepen); en
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die géén vakantiebijslag reserveert (bijvoorbeeld all-inverloning), wordt daarvoor gecorrigeerd om te voorkomen dat de vakantiebijslag via de opslag van 30% dubbel vergoed wordt.

Als de loonsom van maart tot en mei lager was dan de loonsom van januari, wordt het subsidiebedrag lager. Het bepalen van de loonsom van maart tot en met mei gebeurt op dezelfde manier als die van januari. Dat is dus inclusief de correcties.

Subsidie gekort

Als een werkgever bij het UWV een aanvraag indient voor ontslag op grond van bedrijfseconomische omstandigheden, wordt de subsidie gekort. Het loon van de werknemer(s) voor wie de aanvraag wordt ingediend, wordt verhoogd met 50% en in mindering gebracht op de loonsommen.

Loonaangifte per vier weken

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

Als benadering van de loonsom in maart, april en mei 2020 worden de vierwekentijdvakken genomen die de meeste overlap hebben met die maanden, te weten: het derde tot en met vijfde tijdvak van 2020
(24 februari tot en met 17 mei 2020).

Meerdere loonheffingsnummers

Sommige werkgevers hebben in één entiteit meerdere loonheffingsnummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingsnummer.

De werkgever moet echter wel de omzetdaling opgeven die hij voor de gehele onderneming verwacht en vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.

Polisadministratie

Het UWV baseert zich voor de gegevens over de loonsom op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Het UWV hanteert een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Voorschot in 3 termijnen

De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken na het indienen van de aanvraag.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling, maximaal 90 procent van de loonsom. Bijvoorbeeld:

  • als 100 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90 procent van het totale SV-loon van een werkgever;
  • als 50 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45 procent van het totale SV-loon van een werkgever;
  • als 25 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5 procent van het totale SV-loon van de werkgever.

Op basis van de aanvraag krijgt de werkgever van UWV een voorschot van 80 procent van de verwachte tegemoetkoming.

Accountantsverklaring

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In principe is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Streven is om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden gewijzigd.

Definitieve subsidie

Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Vervanging werktijdverkorting

Hoewel de uitbraak van het coronavirus en de daarmee verband houdende vergaande
overheidsmaatregelen de aanleiding vormen voor het vervangen van de werktijdverkortingsregeling (WTV-regeling) door deze subsidieregeling, ziet deze subsidieregeling niet alleen op bedrijven die een omzetdaling hebben als gevolg van de omstandigheden in verband met de uitbraak van het coranavirus.

Het aanvraag- en verwerkingsproces is losgekoppeld van de concrete vermindering van werkbare uren en van de Werkloosheidwet (WW). Daardoor is het aanvraagproces sterk vereenvoudigd ten opzichte van de WTV-regeling. Een ander verschil is dat werknemers geen WW-rechten verbruiken over de periode waarvoor de NOW-subsidie wordt verstrekt.

WTV-aanvraag

Geregeld is dat voor zover op de WTV-aanvraag nog niet is beslist de WTV-aanvraag wordt geacht een aanvraag te zijn om subsidie op grond van de NOW-regeling. Daartoe is werkgever wel verplicht de WTV-aanvraag aan te vullen met de nog ontbrekende informatie.

Als de werkgever een WTV-aanvraag had ingediend, moet hij het dossiernummer van die aanvraag vermelden.

Samenloop NOW en WTV

Werkgevers die nu al gebruik maken van de WTV-regeling kunnen hun WTV-aanvraag niet verlengen. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen.

Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de WTV-regeling wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei. Zo wordt dubbele financiering voorkomen.

 

 

maart 18, 2020
maart 18, 2020

Woensdagmiddag 17 maart heeft de overheid een steunpakket bekend gemaakt om MKB ondernemers, die vanwege het Corona -virus worden geconfronteerd met een terugval in omzet, financieel te ondersteunen.  Wij zetten deze maatregelen voor u op een rij.

Steunpakket MKB maatregel Zelfstandigen (ZZP-ers, ondernemers met een eenmanszaak zonder personeel en directeuren-grootaandeelhouders dga’s)

Specifiek voor ZZP-ers en zelfstandigen (MKB) heeft de overheid als onderdeel van het steunpakket, de bijstand voor zelfstandigen (Bbz) versoepeld. Alle zzp’ers kunnen vanwege Corona voor een periode van drie maanden een aanvulling op hun inkomen krijgen tot het sociaal minimumloon. Het sociaal minimumloon is voor een:
Alleenstaande: € 1.050 maximaal netto per maand
Gehuwd/ gelijkgestelde: € 1.500 netto per maand per gezin

Anders dan de huidige Bbz hoeft dit bedrag niet te worden terugbetaald. Tot nu kwamen zzp’ers alleen voor bijstand in aanmerking als zij een levensvatbare onderneming hadden, niet konden terugvallen op eigen vermogen of het inkomen van een partner. Die voorwaarden komen te vervallen. Aanvragen moeten worden ingediend bij de Gemeente waar de ondernemer is ingeschreven. Gemeenten krijgen de opdracht de bijstand binnen vier weken uit te keren.

Steunpakket maatregel overheid voor loonkosten van Werknemers: Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

Werknemers van MKB bedrijven die een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachten, krijgen van de overheid tot 90 procent van hun loon doorbetaald. Deze noodmaatregel maakt onderdeel uit van het steunpakket en moet werkgevers ervan weerhouden hun personeel te ontslaan. De regeling werktijdverkorting komt te vervallen. Lopende aanvragen worden in het nieuwe systeem meegenomen. Ook flexwerkers met tijdelijke- en oproepcontracten komen hiervoor nu in aanmerking. De loonsom van deze medewerkers zal waarschijnlijk worden gebaseerd op de gemiddeld gewerkte tijd in een voorafgaande periode.
De aanvraag wordt ingediend bij het UWV en geldt voor drie maanden , maar kan eenmalig nog eens met drie maanden worden verlengd.
De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom.

Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt:
• indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom.
• indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom.
• indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Omdat het lastig te voorspellen is hoe groot de uiteindelijke terugval in omzet is, keert het UWV een voorschot uit van 80% van de tegemoetkoming die is aangevraagd. Achteraf vindt een afrekening plaats die is gebaseerd op de daadwerkelijke terugval in omzet. U mag werknemers gewoon laten doorwerken indien u van deze regeling gebruik maakt.

Deze regeling staat los van de WW en staat ook open voor werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting bestaat. oproepkrachten en tijdelijke medewerkers op uitzendcontract of payrolling, vallen ook onder deze regeling.

Meer informatie over de aanvraagprocedure vindt u via deze link

Steunpakket maatregelen overheid voor MKB Bedrijven (waaronder ook eenmanszaken met personeel)

Noodloket

Er komt een noodloket, waar bedrijven in de zwaarst getroffen sectoren direct 4.000 euro kunnen krijgen. Dat geldt voor getroffenen in onder meer de horeca- theater- en reisbranche, fitness centra en kledingwinkels. De regeling wordt uitgevoerd door de RVO.

Belastingen/ belastingdienst

Uitstel van betaling

Alle ondernemers, van mkb tot zzp, kunnen de komende drie maanden uitstel krijgen van belastingbetaling. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen van belastingen, hoeven niet te worden betaald. Voor alle duidelijkheid, belastingaangiften moeten nog gewoon tijdig worden ingediend. Het aanvragen van uitstel van betaling moet schriftelijk worden ingediend. In het verzoek licht u uw specifiek aan Corona gerelateerde problematiek toe. Binnen vier weken na indiening van het verzoek moet er een derdenverklaring worden opgestuurd, waarin wij (AXP) bevestigen dat de u vanwege Corona niet in staat bent (geweest), de belasting tijdig te voldoen.

Vermindering voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

AXP verlaagt zo nodig de reeds opgelegde voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Wij stemmen dit met al onze klanten individueel af.

Lokale belastingen

Het kabinet overlegt met de gemeenten over de mogelijkheid om lokale aanslagen aan ondernemers, zoals toeristenbelasting, stop te zetten en al opgelegde aanslagen in te trekken.

Verhogen bankkrediet met borgstelling – Borgstellingsregeling Midden- en kleinbedrijf (B MKB)

MKB Bedrijven die in financiële problemen dreigen te komen kunnen bij hun bank een verhoging aanvragen van hun kredietruimte.  Deze verhoging wordt verleend in de vorm van een lening met staatsgarantie. De overheid stelt zich voor 90% van de verhoging garant.

Ingang en looptijd

  • Deze tijdelijke regeling wordt uiterlijk 1 april 2020 gepubliceerd en geldt met terugwerkende kracht vanaf maandag 16 maart 2020 tot 1 april 2021.
  • De looptijd van het borgstellingskrediet is maximaal 8 kwartalen.

Voorwaarden

  • De verhouding tussen het borgstellingkrediet en de financiering voor eigen risico van de bank is 3:1. In de bestaande regeling was die verhouding 1:1.
  • Het borgstellingskrediet bedraagt maximaal € 1,5 miljoen
  • Zelf sta je persoonlijk borg voor 10% van het bedrag van het borgstellingskrediet.

Financieringsvormen

  • Het borgstellingskrediet wordt verstrekt in de vorm van een lening met lineaire aflossing per kwartaal. Maar de lening mag ook aan het einde van de looptijd worden afgelost.
  • De financiering voor eigen risico van de bank wordt verstrekt in de vorm van een lening, een rekening courant krediet of een combinatie daarvan. Hierbij mag het uitstaand bedrag van de lening respectievelijk de limiet van het rekening courantkrediet gedurende de looptijd niet lager zijn dan eenderde van het uitstaand bedrag van het borgstellingskrediet. Het uitstaande bedrag van het rekening courant krediet is daarbij niet van belang.
  • Het kredietdeel voor eigen risico van de bank betreft een nieuwe lening, een nieuw rekening courant krediet of een verhoging van een bestaand rekening courant krediet.
  • Binnen de termijn van maximaal 8 kwartalen is maatwerk mogelijk. De keuze van de looptijd, aflossing en kredietvorm van het bankdeel is flexibel.

Wij assisteren al onze MKB cliënten intensief met als doel de effecten van het Corona virus te minimaliseren. Gebruik maken van deze regelingen maakt daar een essentieel onderdeel van uit.

Link RVO verruimde BMBK regeling