mei 27, 2021
mei 27, 2021
De overheid heeft allerlei steunmaatregelen getroffen voor burgers en bedrijven om de coronacrisis door te komen. Sommige van die maatregelen zijn inmiddels stopgezet en andere lopen nog steeds door, al dan niet in gewijzigde vorm. Binnenkort worden bovendien verdere verlenging van de coronasteun en versoepelingen verwacht. Hieronder heeft AXP de belangrijkste lopende coronasteun voor je in kaart gebracht.

Bijzonder uitstel aanvragen en verlengen

Tot 1 juli 2021 kan er nog voor het eerst uitstel van betaling of verlenging van het uitstel worden aangevraagd wegens de voortdurende coronacrisis. Voor ondernemers die op basis van de oude regeling al verlenging van eerder verkregen uitstel hebben gekregen, loopt het uitstel automatisch door tot 1 juli 2021. De opgebouwde belastingschuld hoeft niet meteen na 1 juli 2021 te worden voldaan. De ingangsdatum van de betalingsregeling is 1 oktober 2021.

Let op

De ingangsdatum van de betalingsregeling wordt waarschijnlijk verder opgeschoven van 1 oktober 2021 naar medio 2022. Bovendien wordt de terugbetalingstermijn waarschijnlijk verlengd van 36 maanden naar 60 maanden. Binnenkort zal het kabinet hierover meer bekend maken.

Zodra meer bekend, volgt hierover nader bericht.

Tijdig verlenging aanvragen

Het is belangrijk dat ondernemers die eerder een aanvraag voor drie maanden hadden ingediend en na deze drie maanden niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen – zélf om verlenging van het uitstel vragen. Doen ze dit niet, dan lopen ze het risico om uitgesloten te worden voor de betalingsregeling van 36 (60) maanden.

Versoepeld urencriterium tot 1 juli 2021

IB-ondernemers kunnen aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Voor toepassing van sommige faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, moet aan het zogenoemde urencriterium worden voldaan. Aan dit urencriterium wordt voldaan als de ondernemer tenminste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan zijn onderneming. Om te voorkomen dat ondernemers hun recht op deze faciliteiten verliezen, werden vorig jaar ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Voor 2021 geldt dezelfde versoepeling voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

Seizoensgebonden ondernemers

Voor seizoensgebonden ondernemers is de versoepeling niet effectief als de piek van hun werkzaamheden in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 valt. Voor deze ondernemers is – net als in 2020 – een aanvullende regeling getroffen. Ondernemers worden daarbij geacht in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 evenveel uren aan de onderneming te hebben besteed als in de periode 1 januari tot en met 30 juni 2019. De ondernemer kan met behulp van de administratie van 2019 achterhalen hoeveel uren hij of zij in het eerste halfjaar van dat jaar aan de onderneming heeft besteed en zo ook beoordelen of hij/zij in 2021 aan het urencriterium voldoet.

Geen versoepeld urencriterium met terugwerkende voor het laatste kwartaal 2020

Het urencriterium wordt niet met terugwerkende kracht versoepeld in het laatste kwartaal van 2020. Dit was begin april jl. het duidelijke antwoord van staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen hierover. De reden waarom de versoepeling niet gold in deze periode en wel in de periode 1 maart tot en met 30 september 2020 en 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 is in de omstandigheid dat ondernemers die zonder de coronacrisis op jaarbasis niet voldoen aan het urencriterium – en dus geen recht hebben op de ondernemersfaciliteiten – door de versoepeling in het laatste kwartaal daarvoor toch in aanmerking zouden komen. Dat vindt het kabinet ongewenst.

Invorderings- en belastingrente

De tijdelijk naar 0,01% verlaagde invorderingsrente geldt tot en met 31 december 2021. Ondernemers betalen dus vrijwel geen rentekosten als ze aan het aflossen zijn. De belastingrente is sinds 1 oktober 2020 verhoogd naar 4%. Dat geldt tot en met 31 december 2021 ook voor vennootschapsbelasting. Vanaf 1 januari 2022 gaat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting weer omhoog naar 8%.

Goedkeuring behoud renteaftrek bij betaalpauze hypotheeklasten

De goedkeuring voor belastingplichtigen die een betaalpauze voor de hypotheeklasten hebben afgesproken met hun bank of andere hypotheekverstrekker loopt tot 1 juli 2021. De betaalpauze moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen om de versoepelde fiscale regels te mogen toepassen:

  1. de belastingplichtige heeft in de periode 12 maart 2020 tot 1 juli 2021 bij zijn/haar geldverstrekker gemeld dat hij/zij (dreigende) betalingsproblemen heeft door de uitbraak van het coronavirus;
  2. de belastingplichtige en zijn/haar geldverstrekker zijn daarom een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 juli 2021 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd;
  3. de looptijd van de betaalpauze bedraagt maximaal twaalf maanden.

Let op

Leen je van een niet-administratieplichtige – bijvoorbeeld familie of de eigen bv – dan gelden aanvullende voorwaarden.

Overige lopende fiscale maatregelen

Tot 1 juli 2021 zijn de volgende maatregelingen verlengd:

het btw-nultarief op mondkapjes;

het btw-nultarief op de uitleen van zorgpersoneel; het btw-nultarief op COVID-19-vaccins en testkits;

Goedkeuring uitgebreid voor toepassen nultarief op coronaproducten

De bovenstaande goedkeuring om tijdelijk het nultarief toe te passen op de levering van bepaalde coronaproducten is uitgebreid. De goedkeuring geldt ook voor de levering van bepaalde zelftestkits en de levering van – en het testen met – bepaalde COVID-19-testkits. De zelftestkits die voor toepassing van de goedkeuring kwalificeren, zijn de Antigeen-zelftesten, waarvoor de minister voor Medische Zorg en Sport een ontheffing heeft verleend. De COVID-testkits die kwalificeren, moeten opgenomen zijn in de ‘COVID-19 In Vitro Diagnostics Devices and Test Methods Database’ van de Europese Commissie. Het Besluit noodmaatregelen coronacrisis is hierop aangepast.

Loonheffingen

Vrije ruimte WKR

De vrije ruimte in de werkkostenregeling voor 2021 bedraagt 3% over de eerste € 400.000 loonsom per werkgever en 1,18% over het meerdere. Met de extra vrije ruimte krijgen werkgevers meer ruimte om eventuele thuiswerkvergoedingen die niet onder de gerichte vrijstellingen vallen, onbelast te vergoeden.

Daarnaast is het mogelijk om onder voorwaarden bepaalde thuiswerkgerelateerde kosten onbelast te vergoeden, zoals bijvoorbeeld arbovoorzieningen en noodzakelijke ICT-middelen. Bij arbovoorzieningen kan gedacht worden aan het faciliteren van een ergonomisch verantwoorde werkplek, waaronder een bureaustoel. Onder ICT-middelen valt bijvoorbeeld een noodzakelijke laptop en internet. Maar ook een mobiele telefoon kan onbelast worden vergoed, mits de werkgever het gebruik daarvan noodzakelijk acht. Eventueel is het mogelijk dat de werkgever een bijdrage voor privégebruik vraagt.

Gebruikelijk loon DGA

Net als in 2020 mag je ook in 2021 het gebruikelijk loon van de DGA – zonder vooroverleg met de Belastingdienst – lager vaststellen als zijn of haar onderneming door de coronacrisis te maken heeft met een omzetdaling. Daarbij is de verlaging evenredig aan de omzetdaling. De exacte berekening kun je vinden op belastingdienst.nl. De berekening van deze evenredige omzetdaling voor 2021 is ten opzichte van de berekening van 2020 gewijzigd:

Omzet 2021 / omzet 2019 x gebruikelijk loon 2019

In de berekening wordt uitgegaan van het gehele jaar, zodat de maatregel meebeweegt met de omzetontwikkeling in een jaar. De overige voorwaarden voor de verlaging van het gebruikelijk loon zijn:

  • De regeling staat open voor vennootschappen die in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% omzetverlies hebben geleden (extra voorwaarde vanaf 2021);
  • De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon;
  • Als de ab-houder feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekening, geldt het hogere loon;
  • De goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2021 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Tip

Als je omzetdaling verwacht, kun je het gebruikelijk loon verlagen. Blijkt de omzetdaling dan mee te vallen, dan kun je aan het eind van het jaar het loon over 2021, met toepassing van de formule, alsnog verhogen.

Versoepelde administratieve verplichtingen

Werkgevers hebben allerlei wettelijke administratieve verplichtingen, maar zij kunnen daar door de coronacrisis niet, niet tijdig of niet geheel aan voldoen. Daarom hanteert de Belastingdienst een soepel beleid, waarbij werkgevers bij het niet nakomen van een administratieve verplichting de gelegenheid krijgen om de tekortkoming te herstellen, zodra zij dart kunnen. Hebben zij bijvoorbeeld niet tijdig aan de identificatieplicht voldaan, dan blijft het anoniementarief achterwege als zij de identiteit van de werknemer alsnog vaststellen, zodra zij daar in redelijkheid toe in staat zijn. Dit beleid is verlengd tot 1 juli 2021.

Versoepeling onbelaste vaste reiskostenvergoeding

Werkgevers kunnen een vaste onbelaste vergoeding afspreken met hun werknemers voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject. De verandering van het reispatroon van werknemers door het thuiswerken, hoeft tijdelijk geen gevolgen te hebben voor de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding. Het gaat hier steeds om reiskostenvergoedingen die werkgevers vóór 13 maart 2020 (dus vóór de coronacrisis) onvoorwaardelijk aan hun werknemers hebben toegekend. Deze versoepeling is ook verlengd tot 1 juli 2021.

Tip

Werkgevers hoeven de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding niet aan te passen, maar willen zij de vergoeding wel bijstellen bij een verandering van het reispatroon, dan behoort dit ook tot de mogelijkheden.

Geen herziening lage WW-premie bij meeruren

Werkgevers betalen sinds vorig jaar een hoge of lage premie voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf), afhankelijk van de contractvorm. De toegepaste lage WW-premie (in 2021: 2,70%) moet daarbij achteraf worden herzien in de hoge premie (in 2021: 7,70%) als de werknemer binnen een kalenderjaar op jaarbasis meer dan 30% meer uren krijgt verloond dan contractueel voor dat jaar is overeengekomen. Deze regeling blijft – net als in 2020 – ook in 2021 buiten toepassing voor alle werkgevers.

Verruimde deblokkering g-rekening verlengd

Organisaties die personeel uitlenen of detacheren en gebruikmaken van een g-rekening, kunnen de Belastingdienst verzoeken om deze g-rekening te deblokkeren. Dit kan onder normale omstandigheden alleen voor overschotten op de g-rekening. Maar er wordt tijdelijk een uitzondering gemaakt voor ondernemers die geraakt zijn door de coronacrisis, zoals bouwondernemers en de uitzendbranche. In dat geval kunnen ook bedragen worden vrijgegeven die zijn gereserveerd voor de loonheffing en btw,goedkeuring van de EC kan het systeem van de fiscale eenheid er echter toe leiden dat sommige investeringen in een ander EU-land ook BIK-subsidie krijgen. Als de goedkeuring wordt verleend, kan ook een fiscale eenheid gebruikmaken van de BIK voor investeringen in Nederland met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021.

Wordt de goedkeuring niet verleend, dan worden de bovengenoemde percentages naar boven bijgesteld. Het percentage van 3,9% gaat dan naar 5% en het percentage van 1,8% gaat dan naar 2,08%. Op het moment van schrijven van dit bericht had de EC hierover nog geen beslissing genomen.

Verlenging steunmaatregelen?

Al enige tijd wordt verwacht dat de bestaande coronasteun (NOW, TVL en Tozo) nog drie maanden zal worden voortgezet. Mocht het nodig zijn, dan wordt de steun mogelijk ook in het najaar verder verlengd tot eind 2021. Het kabinet zou over de details van de verlengde coronasteun nog onderhandelen met de sociale partners. Zodra hierover meer bekend is, komen we hier zo spoedig mogelijk bij je op terug. Hierna vind je de steunmaatregelen zoals die nu (26 mei 2021) gelden.

Tijdig NOW-subsidie vijfde tranche aanvragen

Werkgevers kunnen nu NOW-subsidie voor de vijfde tranche (april t/m juni) aanvragen bij het UWV. Het loket is daartoe open tot en met 30 juni 2021. De voorwaarden zijn gelijk aan die van de vierde tranche. Het maximale vergoedingspercentage is 85% van de loonsom. Werkgevers moeten ten minste 20% omzetverlies lijden en de maximaal te vergoeden SV-loon per werknemer bedraagt € 9.718 per maand (2x het maximum dagloon van € 4.859). Hebben zij ook voor de vierde tranche NOW-subsidie gehad, dan moeten de omzetperiodes op elkaar aansluiten. Ook in de vijfde tranche mogen werkgevers de loonsom geleidelijk verminderen met 10% ten opzichte van de loonsom van juni 2020, bijvoorbeeld door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van hun werknemers.

Aanvragen terugbetalingsregelingen NOW 1.0 en 2.0

Na de vaststelling van de definitieve NOW-steun kan blijken dat de werkgever te veel NOW-steun heeft ontvangen en deze moet terugbetalen. Daarvoor kan een betalingsregeling worden getroffen met het UWV. Dat kan telefonisch (088- 898 20 04) maar ook digitaal via formulieren.

Momenteel is er een formulier beschikbaar voor de terugbetaling van NOW-steun over de eerste periode (maart t/m mei 2020) en een formulier voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020). Voor het invullen van het formulier heeft de werkgever het loonheffingennummer en het bedrag van de terugbetaling nodig. De werkgever kan zelf aangeven in hoeveel maandelijkse termijnen het bedrag kan worden terugbetaald.

Let op

De werkgever kan dus niet eerder een terugbetalingsregeling aanvragen, dan dat hij of zij een beslissing heeft ontvangen op de aanvraag van de definitieve vaststelling.

Tijdig doorgeven werkelijke omzet TVL juni-september 2020

Heb je in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 TVL hebben ontvangen? Geef dan voor 1 juni 2021 de werkelijke omzet in die periode door aan de RVO. Ondernemers die een TVL-voorschot (80%) hebben ontvangen over de periode 1 juni tot en met 30 september 2020, hebben in februari 2021 een e-mail van de RVO ontvangen met het verzoek om vóór 1juni a.s.de werkelijke omzet door te geven. Zij kunnen dit doen met de btw-aangiftes van het tweede en derde kwartaal 2020. Op basis van de werkelijke omzet wordt de definitieve TVL in de betreffende periode vastgesteld.

Is het omzetverlies gelijk aan de opgegeven schatting bij de aanvraag van het voorschot? In dat geval ontvangt de ondernemer de laatste 20% TVL. Is het omzetverlies hoger, dan wordt de definitieve TVL naar boven bijgesteld. Is het werkelijke omzetverlies kleiner dan is opgegeven bij de schatting, dan wordt minder dan 20% uitbetaald of de ondernemer betaalt (een deel van) de TVL terug. Hiervoor kan een betalingsregeling worden getroffen, waarbij kan worden terugbetaald in 6 of 12 maandelijkse termijnen. Ook is het mogelijk om een persoonlijke betalingsregeling met de RVO te treffen.

Lopende TVL-regeling

De vergoedingen in de TVL-regeling zijn verder omhoog gegaan voor het eerste (Q1) en tweede (Q2) kwartaal van 2021. Voor MKB-ondernemers (maximaal 250 medewerkers) is het maximale subsidiebedrag per kwartaal per onderneming verhoogd van € 330.000 naar € 550.000. Zij kunnen alleen nog voor het tweede kwartaal van 2021 TVL aanvragen via rvo.nl. Het subsidiepercentage van de TVL-regeling is voor dit kwartaal verhoogd van 85% naar 100%. Op 18 mei jl. kondigde staatssecretaris Keijzer aan dat ondernemers bij TVL Q2 de mogelijkheid krijgen om voor de referentieperiode te kiezen tussen Q2 2019 en Q3 2020. Daardoor schuift de verwachte datum waarop TVL Q2 kan worden aangevraagd een maand op: van de tweede helft van mei naar de tweede helft van juni 2021. Ondernemers die de exacte datum willen weten, kunnen zich aanmelden voor een update van de RVO. Zodra de aanvraagtermijn start, krijgen zij daar automatisch bericht van. Zij kennen zich in hetzelfde formulier ook aanmelden voor een update over andere TVL-gerelateerde zaken.

TVL voor grote ondernemingen

Voor grotere ondernemingen is het maximale subsidiebedrag omhoog gegaan van € 400.000 naar € 600.000. Wat een grote onderneming precies kan worden bepaald aan de hand van de MKB-toetsvan de RVO. Zij kunnen nog tot 10 juni 2021 TVL Q1 aanvragen. Wanneer de grote onderneming tot een concern behoort, kan slechts één aanvraag voor het hele concern worden ingediend. Daarbij geldt het maximum voor het hele concern.

eHerkenning niveau 3

Let op, ondernemers hebben minimaal eHerkenning niveau 3 nodig voor het aanvragen van TVL. Voor TVL over de periode juni-september 2020 en TVL over het laatste kwartaal van 2020 (Q4) kunnen zij tot juli 2021  nog inloggen met eHerkenning niveau 1 en eHerkenning niveau 2 of 2+ voor het inzien van een aanvraag of te reageren op een vaststellingsverzoek. Gebruiken zij voor de aanvraag DigiD of hebben zij al eHerkenning 3 of hoger? Dan is er voor hen niets gewijzigd.

Let op!

De TVL-subsidie telt mee als inkomsten bij het omzetbegrip dat wordt gehanteerd binnen de NOW. Voor iedere euro extra TVL wordt daarom grofweg ongeveer 20 eurocent minder NOW uitgekeerd. Praktisch betekent dit dat de verhoging van de TVL ertoe zal leiden dat bedrijven in het tweede kwartaal minder NOW-steun zullen ontvangen. Per saldo wordt de subsidie wel hoger.

Er zullen ook bedrijven zijn die – door de verruiming van de TVL en vanwege het bovenstaande effect – geen NOW meer zullen ontvangen. Dit zijn bedrijven in sectoren met een hoog vastelastenpercentage (tenminste 34%) en met een omzetverlies relatief dicht bij de omzetverliesdrempel van 30% in de TVL. Ook is mogelijk dat zij hierdoor per saldo minder steun ontvangen.

TVL op basis van feitelijke hoofdactiviteit

De SBI-code is steeds de basis geweest waarop werd beoordeeld of de ondernemer in aanmerking kon komen voor de TVL-regeling. Dit beleid is – na goedkeuring door de Europese Commissie – vanaf het eerste kwartaal 2021 gewijzigd. Ondernemers kunnen namelijk TVL of een hogere TVL krijgen als hun feitelijke activiteiten op 15 maart 2020 in werkelijkheid anders waren dan uit de inschrijving in het Handelsregister blijkt. Voorwaarde is dat zij kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit feitelijk een andere is dan die uit de SBI-code in het Handelsregister blijkt. De RVO past het gewijzigde beleid dan toe in de bezwaarprocedures op dit punt over het eerste kwartaal 2021(Q1). Zodra dat kan, wordt het gewijzigde uitgangspunt in de TVL voor het tweede kwartaal (Q2) al in de aanvraagprocedure verwerkt. Maar heeft de ondernemer bezwaar gemaakt op dit punt over het eerste kwartaal en gelijk gekregen, dan wordt dit automatisch verwerkt in de aanvraag over het tweede kwartaal.

Voorraadsubsidie gesloten detailhandel

Ondernemers in de non-foodsector die voorraden ingekocht hebben die na de lockdown niet meer konden worden verkocht of die in waarde zijn verminderd, komen in aanmerking voor de eenmalige voorraadsubsidie. Deze tegemoetkoming bedraagt in het eerste kwartaal maximaal € 300.000. De voorraadsubsidie bestaat uit een opslag van 21%-punt op de TVL over het eerste kwartaal en hoeft niet te worden aangevraagd. Ondernemers die er recht op hebben, krijgen de voorraadsubsidie automatisch uitgekeerd als zij TVL over het eerste kwartaal hebben aangevraagd.

Startersregeling nog steeds niet van start

Eind januari 2021 kondigde het kabinet de komst van een aparte regeling voor startende ondernemers aan die gebaseerd is op de TVL-regeling. Maar tot nu toe is de Startersregelingnog niet opengesteld. Er is wel meer bekend over de voorwaarden en criteria. De belangrijkste

zijn:

  • De doelgroep is ondernemers die zich tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 hebben ingeschreven in het Handelsregister van de KvK;
  • De regeling geldt voor het eerste en het tweede kwartaal van 2021;
  • De referentieperiode wordt het derde kwartaal van 2020;
  • Het minimale omzetverlies per kwartaal is 30% ten opzichte van de omzet in het derde kwartaal van 2020;
  • De vaste laste bedragen minimaal € 1.500 per kwartaal. Dit wordt berekend met het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code hoort;
  • Het subsidiepercentage is 85%; Het minimale subsidiebedrag is € 1.500 per kwartaal en het maximale bedrag is € 124.999 per kwartaal.

Let op: Starters die hun onderneming zijn gestart tussen 1 oktober 2019 en 15 maart 2020 komen ook voor de reguliere TVL Q1 in aanmerking.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

De TONK-regeling geldt met terugwerkende kracht van 1 januari tot en met 30 juni 2021. De regeling is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen. Zij kunnen daardoor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud niet meer voldoen. Hiervoor bieden andere regelingen niet of onvoldoende soelaas. Dit geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen, maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten.

Loket Tegemoetkoming kinderopvangkosten open

Sinds 15 mei 2021 is de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling Kinderopvang zonder overheidsvergoeding (TTKZO) opengesteld. Dit is een tegemoetkoming voor de kinderopvangkosten van ouders die geen kinderopvangtoeslag of andere overheidssubsidie ontvangen voor de kinderopvang. Als zij tijdens de sluitingsperiodes van kinderopvang, buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderopvang de kinderopvangfactuur hebben doorbetaald, kunnen zij hiervoor tot 15 juli 2021 een tegemoetkoming aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De tegemoetkoming is per uur niet hoger dan de maximum uurprijs per opvangsoort.

Tegemoetkoming ouders met kinderopvangtoeslag

Ouders die wel kinderopvangtoeslag hebben ontvangen hebben al een tegemoetkoming ontvangen voor de eerste sluitingsperiode (voorjaar 2020). Zij krijgen ook voor de tweede sluitingsperiode een tegemoetkoming. De SVB zal deze tegemoetkoming eind mei overmaken aan ouders die tijdens de tweede sluitingsperiode kinderopvangtoeslag hebben ontvangen. Zij hoeven dus geen aanvraag te doen. Ouders die voor de eerste sluitingsperiode gebruikmaakten van een gemeentelijke tegemoetkoming, krijgen ook een tegemoetkoming van hun gemeente voor de tweede sluitingsperiode.

Tozo 4.0

Tot 1 juli 2021 kunnen ondernemers nog gebruikmaken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 4.0 (Tozo 4.0), mits zij aan de voorwaarden voldoen. Tozo 4.0 bestaat uit een inkomensaanvulling tot het sociaal minimum en/of een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. Ondernemers kunnen de inkomensaanvulling Tozo  4.0 (periode van 1 april 2021 tot juli 2021) bij hun woongemeente aanvragen met terugwerkende kracht vanaf de voorafgaande maand. Er vindt geen vermogenstoets plaats, wel een partnertoets. Op 1 juni 2021 kan dus de uitkering worden aangevraagd vanaf 1 mei en op 1 juli de uitkering vanaf 1 juni 2021.

Later aflossen en langer terugbetalen

De aflossingsdatum van een Tozo-lening is juli 2021. Tot deze datum is de renteopbouw stilgezet. De ondernemer heeft drie en een half jaar de tijd om de lening af te lossen.

TOA-krediet

Sinds kort is meer bekend over het doorstartkrediet voor mkb-bedrijven. Deze kredietfaciliteit is onderdeel van het Time-Out-Arrangement (TOA), waarmee ondernemers hun bedrijf tijdelijk kunnen stopzetten om zo de mogelijkheden te onderzoeken voor het voorkomen van een faillissement via de Wet homologatie van een onderhands akkoord (WHOA). Het TOA-krediet wordt dan ook alleen verstrekt aan ondernemers die een WHOA-akkoord hebben, zodat zij weer gezond worden. Het krediet van maximaal € 100.000 is dus bestemd voor mkb-bedrijven die in de kern winstgevend zijn. Zij kunnen de lening gebruiken voor het herstarten, uitbreiden of aanpassen van hun bedrijfsactiviteiten. De uitvoering is neergelegd bij Credits. Ondernemers die het doorstartkrediet ontvangen, krijgen van Qredits ook 12 maanden gratis coaching om hun bedrijf weer op de rails te krijgen. Het TOA-krediet kan vanaf juni 2021worden aangevraagd.

Lopende Financieringsmogelijkheden

De volgende financieringsmogelijkheden staan nog steeds open voor ondernemers:

Klein Krediet Corona (KKC)

De overheid staat met de garantieregeling (KKC) voor 95% borg voor de leningen van financiers aan in Nederland gevestigde MKB-bedrijven die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • omzet vanaf € 50.000;
  • voldoende winstgevend zijn geweest voor de coronacrisis;
  • op 1 januari 2019 ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel

De financiers die de KKC aanbieden mogen hiervoor maximaal 4% van het kredietbedrag aan kosten in rekening brengen aan de ondernemers. De ondernemers betalen daarnaast eenmalig 2% premie aan de overheid. De maximale looptijd van het KKC is 5 jaar. De KKC loopt tot 1 juli 2021.

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

Mkb-bedrijven met een gezond toekomstperspectief maar die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door de coronacrisis, kunnen tijdelijk onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Deze regeling is tijdelijk verruimd om financiering voor ondernemers toegankelijker te maken. Zo is de looptijd verruimd naar 4 jaar. Ook is de toegang laagdrempeliger gemaakt doordat behalve via een liquiditeitsprognose ook via een omzettoets toegang kan worden verkregen tot de BMKB. Het premiepercentage van de BMKB bedraagt 2% en het budget € 1,5 miljard. Ook non-bancaire financiers kunnen zich accrediteren om hun klanten te financieren met een BMKB-krediet. Starters kunnen binnen de BMKB extra steun krijgen.

Credits

Credits Coronaoverbrugging is een microkredietfaciliteit van maximaal € 25.000 voor ondernemers om de coronacrisis te overbruggen. De looptijd is maximaal 4 jaar, waarbij tijdens de eerste zes maanden niet hoeft te worden afgelost. De rente bedraagt in het eerste jaar 2%, daarna 5,75%. De klant kan na het eerste jaar boetevrij aflossen.

GO-regeling

De Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-regeling) is bedoeld om bedrijven te voorzien van werkkapitaal of liquiditeiten om investeringen te kunnen doen. De overheid staat garant voor maximaal 50% van de (niet achtergestelde) lening aan een MKB-onderneming of een grootbedrijf. De GO-regeling is geopend tot 1 juli 2023.

GO-C-regeling

De Garantie ondernemingsfinanciering uitbraak coronavirus (GO-C). Ook deze regeling is bedoeld om bedrijven te voorzien van werkkapitaal of liquiditeiten om investeringen te kunnen doen. De bedrijven komen alleen voor de regeling in aanmerking als zij op 31 december 2019 financieel gezond waren. De overheid staat garant voor maximaal 90% van de (niet achtergestelde) lening aan een MKB-onderneming en voor maximaal 80% van een lening verstrekt aan een grote onderneming. De leningen en garanties hebben een looptijd van 6 jaar en bedragen minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen. De hoogte van de lening wordt bepaald op basis van de loonsom (2x), omzet (25%) of liquiditeitsplanning. De leningen moeten per kwartaal worden afgelost, waarbij de eerste aflossing van een MKB-onderneming uiterlijk na 18 maanden na de verstrekking moet plaatsvinden. Voor grootbedrijven is die termijn 12 maanden. De GO-C-regeling is verlengd tot 30 juni 2021.

Regeling bedrijvenschade coronarellen

Ondernemers die tijdens coronarellen van 23 tot 28 januari jl. fysieke schade hebben opgelopen aan hun bedrijfspand, inventaris of voorraad, kunnen in aanmerking komen voor de tijdelijke ‘Regeling bedrijvenschade coronarellen’ van de overheid. Het aanvraagloket voor deze tegemoetkoming is eindelijk opengegaan. Gedupeerde ondernemers kunnen de tegemoetkoming tot 14 juni 2021 17.00 uur aanvragen via een digitaal formulier in het e-Loket bij rvo.nl. Zij komen voor de regeling in aanmerking als de schade niet door een verzekering (vanwege eigen risico of onderverzekering) of op een andere wijze wordt vergoed.

Garantieregeling evenementenbranche

Ook na de versoepeling van de coronamaatregelen blijft de evenementensector een verhoogd risico houden op annuleringen van evenementen. Vóór de coronacrisis konden zij zich hiertegen verzekeren, maar verzekeraars hebben deze optie inmiddels uit hun polissen gehaald. Om toch perspectief te bieden aan de evenementenbranche is daarom een garantieregeling uitgewerkt, zodat evenementen georganiseerd kunnen worden voor de periode waar dat vanuit coronaoptiek redelijkerwijs verantwoord is. De garantieregeling dekt 80% van de kosten. De regeling is echter nog steeds niet rond. Het wachten is op goedkeuring van de Europese Commissie. Die wordt over enkele weken verwacht. Deze garantieregeling gaat gelden voor evenementen die in de periode 1 juli tot 31 december 2021 door de rijksoverheid worden verboden. Vóór 1 juli georganiseerde evenementen die worden afgeblazen, vallen dus niet onder deze regeling.

Ondersteuning voor amateursport

Ook in 2021 zijn er steunmaatregelen voor de sportsector. Dit zijn onder meer de Tegemoetkoming Amateursportorganisaties (TASO), Tegemoetkoming verhuurders Sportaccommodaties (TVS) en de Specifieke Uitkering voor ijsbanen en zwembaden (SPUK IJZ). Voor deze regelingen gelden de volgende aanvraagperiodes:

Regeling 2e kwartaal 3e kwartaal
TASO 17 mei -12 juni 2021 26 juli – 20 september 2021
TVS 17 mei – 11 juli 2021 26 juli – 20 september 2021
SPUK IJZ 1 april – 31 mei 2021 1 april – 31 mei 2021

Heb je naar aanleiding van deze update vragen, neem dan contact op met je adviseur of één van onze medewerkers in Rotterdam of Amsterdam. Wij zijn je graag van dienst.

AXP Adviseurs B.V. | Maaskade 160A 3071 NR Rotterdam | 010-4921075 | rotterdam@axp.nl

AXP Adviseurs Amsterdam B.V. | Gatwickstraat 33 1043 GL Amsterdam | 020-3308785 | amsterdam@axp.nl

februari 25, 2021
februari 25, 2021
In eerdere blogs hebben de ondersteuningsmaatregelen voor ondernemers samengevat. In dit blog hebben we alle wijzigingen en nieuwe maatregelen samengevat die gelden vanaf januari 2021.
Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW 3.0)
De  Tijdelijke Noodmaatregel overbrugging van werkbehoud (NOW-3) kan vanaf 15 februari worden aangevraagd.
De maximale tegemoetkoming in deze regeling is verhoogd van 70% naar 85% van de totale loonkosten, waarbij het maximaal  in aanmerking te nemen maandloon € 9.538 bedraagt.
 Het vereiste minimale percentage omzetverlies om voor de regeling in aanmerking te komen, is verlaagd tot 20%.
Wanneer er geen gebruik gemaakt is van de NOW 2.0 kan er bij de NOW 3.0 zelf bepaald worden over welke periode de omzetvergelijking plaats zal moeten vinden (vanaf 1 oktober, november of december).  Het is werkgevers toegestaan de loonsom te verminderen met maximaal 10%. Het tweede tijdvak voor het aanvragen van de NOW 3.0 is geopend in de periode
tussen 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021 en de definitieve vaststelling zal plaatsvinden in de zomer van 2021. De definitieve vaststelling van de NOW 1.0 kan vanaf 7 oktober 2020 tot en met 24 maart 2021 (indien
accountantsverklaring is vereist tot en met 30 juni 2021) worden aangeleverd.  De definitieve vaststelling van de NOW 2.0 vanaf 15 april 2021.
Indien er een voorschot is ontvangen van meer dan € 100.000 of een vastgestelde vergoeding van meer dan € 125.000 dan is een
accountantsverklaring vereist. Indien er een voorschot is ontvangen van meer dan € 20.000 of een vastgestelde vergoeding van meer dan € 25.000 dan is er een verklaring van een derde deskundige vereist. Is er geen verklaring vereist, dan controleert het UWV achteraf steekproefgewijs de rechtmatigheid van de tegemoetkoming.
Wanneer er te veel aan subsidie is ontvangen hoeft het bedrag alleen terug te worden betaald wanneer dit meer is dan € 500.
Versoepeling uitstel van betaling belasting en verlaging boetes en rentes
De mogelijkheid om uitstel van betaling van belasting aan te vragen is verlengd
tot en met 30 juni 2021. De invorderingsrente blijft tot eind 2021 0,01%.
Daarentegen bedraagt de belastingrente sinds 1 oktober 2020 weer 4.0%, dit
geldt voor alle belastingsoorten. Het kwijtschelden van boetes geldt alleen
wanneer er ook een uitstel van betaling is aangevraagd. De uitstel van betaling
kan alleen worden aangevraagd voor verzuimboetes die zijn veroorzaakt door
financiële moeilijkheden vanwege het coronavirus. Momenteel onderzoekt de
Belastingdienst of er een regeling moet komen voor het kwijtschelden van
belastingschulden.
Het aanvragen van de uitstel kan niet op voorhand. Echter zal dit pas mogelijk
zijn na het ontvangen van een (naheffings)aanslag. Dit kan vervolgens schriftelijk
vóór 1 juli 2021.
Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstanding Ondernemer (TOZO)
TOZO ondersteunt zelfstandigen (ondernemers met een eenmanszaak of samenwerkingsverband)
in hun levensonderhoud tot aan het sociale minimum inkomen van € 1.050 per maand
(of € 1.500 per maand indien beide partners ondernemer zijn). De Tozo kan zowel
bestaan uit een aanvulling van het inkomen als uit een lening waarvan de
maximale looptijd is verlengd van 3 naar 3,5 jaar. Tot 1 juli 2021 hoeft de lening
niet te worden afgelost.
Om in aanmerking te komen van de Tozo, moet de winst lager zijn dan het
sociale minimum en de ondernemer in 2019 hebben voldaan aan het urencriterium en minimaal 1.225 uren aan de onderneming besteed hebben. De eerder aangekondigde vermogenstoets is geschrapt.
Het aanvragen van de Tozo is mogelijk bij de gemeente waar de ondernemer
woonachtig is. De gemeente zal de rechtmatigheid achteraf toesten met een door de ondernemer aan te leveren winstverklaring.
Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De TVL  compenseert ondernemers gedeeltelijk in hun vasten lasten.
Hierbij gaat het om de volgende sectoren: horeca, recreatie,
sportscholen, evenementen, podia en theaters, maar staat inmiddels open voor alle ondernemingen met een minimaal verlies aan omzet van 30%,
Deze maatregel is verlengd tot en met 30 juni 2021 in tijdvakken van drie
maanden (Q4 2020, Q1 2021 en Q2 2021). Om in aanmerking te komen voor de
TVL moet het omzetverlies minimaal 30% bedragen en dient het bedrag aan
vaste lasten minimaal € 3.000 te zijn. De aanvraag voor de TVL over het vierde
kwartaal 2020 is inmiddels gesloten, naar verwachting zal de aanvraag over het
eerste kwartaal 2021 eind februari openen.
Het maximale subsidiebedrag is verhoogd naar € 330.000 per drie maanden (€
400.000 voor ondernemingen met meer dan 25 werknemers).
Om aanspraak te maken op verlenging van de TVL moet elk tijdvak afzonderlijk
een aanvraag worden ingediend bij de RvO.
Borgstelling MKB Corona (BMKB-C)
Voor MKB-ondernemers die financiële moeilijkheden ondervinden door het
coronavirus is het mogelijk om gebruik te maken van een speciale borgstelling bij
het aangaan van nieuw krediet. Ondernemers kunnen een kredietlening
aanvragen bij een kredietverstrekker (zoals een bank) waar de overheid
gedeeltelijk bij garant zal staan. Hierdoor wordt krediet makkelijker verstrekt. Het
aanvragen van een kredietlening kan tot eind 2021.
Vaste reiskostenvergoeding en thuiswerken
Normaliter mag er geen onbelaste reiskostenvergoeding worden verstrekt aan
werknemers die langdurig thuiswerken. Er is besloten dat de
reiskostenvergoeding onbelast mag worden verstrekt tot 1 april 2021, wat is
gebaseerd op het oorspronkelijke reispatroon van de werknemer van vóór 13
maart 2020.
Verlaagd btw-tarief sportscholen
Bij het geven van online sportlessen mag het verlaagde btw-tarief van 9%
worden gehanteerd.
Vakantiebijslag
De werknemer heeft recht op een vakantiebijslag van minimaal 8% van het bruto
jaarsalaris over het afgelopen jaar. Door financiële moeilijkheden vanwege de
coronacrisis, kan het wenselijk zijn om de betaling van het vakantiegeld uit te
stellen. Dit dient echter in overleg met de werknemer te gebeuren en het is
hierbij raadzaam om de afspraken schriftelijk vast te leggen. De werkgever blijft
verplicht om minimaal één keer per jaar vakantiebijslag uit te keren.
Gebruikelijk loon voor DGA’s
Het gebruikelijk jaarloon van directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) was in 2020
gesteld op minimaal € 46.000 en is in 2021 gesteld op € 47.000. Door de
gevolgen van de coronacrisis mag dit in verhouding tot het omzetverlies worden
verlaagd.
Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting
Indien een BV in 2019 winst heeft gemaakt, dan kan een verlies uit 2020 pas in
2021 worden verrekend. Dit is versoepeld. Momenteel is het mogelijk om een
fiscale coronareserve op te nemen waarbij het verlies uit 2020 kan worden
verrekend met de winst uit 2019 voor zover dit verlies niet hoger is dan de winst.
Wanneer de aangifte vennootschapsbelasting al is ingediend, mag er een nieuwe
aangifte worden gedaan.
Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling
Om werknemers extra te kunnen steunen in de coronaperiode geldt er een
eenmalige verhoging van de werkkostenregeling van 1,7% naar 3% voor de
eerste € 400.000 van de loonsom van de werkgever. Hiermee kan de werkgever
onbelaste vergoedingen aan de werknemer verstrekken.
Versoepeling urencriterium
Voor ondernemers die in de aangifte inkomstenbelasting aanspraak willen maken
op ondernemersaftrek geldt o.a. het urencriterium van 1.225 uren per jaar die
minimaal aan de onderneming moeten zijn besteed. De Belastingdienst gaat er
automatisch vanuit dat hieraan wordt voldaan tussen de periode vanaf maart
2020 tot en met juni 2021, ook als dit feitelijk niet het geval is.
Betaalpauze hypothecaire lening
Ook de banken zijn bereid om de ondernemers tegemoet te komen. Het is nu
mogelijk om een betaalpauze aan te vragen van de aflossing en rente bij de
kredietverstrekker. De hypotheekrenteaftrek blijft in deze periode wel bestaan.
Let op, de betaalpauze geldt enkel wanneer dit is overeengekomen met de
hypotheekverstrekker.
Verhoging schenkvrijstelling in 2021
De schenkvrijstelling stelt het deel van de schenking vrij van belasting dat onder
de grens van de vrijstelling valt. Er hoeft alleen belasting afgedragen te worden
over het deel van de schenking dat hoger is dan de vrijstelling.
Om extra financiële hulp te kunnen bieden aan ondernemers zijn twee
schenkvrijstellingen voor 2021 verhoogd. Het gaat hierbij om de
schenkvrijstelling voor kinderen; die stijgt van € 5.515 naar € 6.604 in 2021. En
de schenkvrijstelling voor derden (bijvoorbeeld kleinkinderen, vrienden of
schenkingen van kinderen aan hun ouders); die stijgt van € 2.208 naar € 3.244 in
2021.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
De TONK-regeling is geïntroduceerd voor huishoudens die te maken hebben met
een significant inkomensverlies, die moeten terugvallen op een uitkering of die
niet in aanmerking komen voor de verschillende steunmaatregelen. Hiervan kan
het gevolg zijn dat er niet meer in de noodzakelijke kosten kan worden voorzien.
Naar verwachting gaat de TONK-maatregel vanaf 1 maart 2021 van start en zal
met terugwerkende kracht van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 gelden.
Deze steunmaatregel wordt uitgevoerd door de gemeenten en kan per gemeente
verschillen.
Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)
Bovengenoemde investeringskorting is bedoeld om bedrijven te stimuleren om te
blijven investeren in de coronaperiode. Om hiervoor in aanmerking te komen
gelden drie voorwaarden, namelijk; de investeringsbeslissing moet na 1 oktober
2020 zijn genomen, de volledige betaling moet plaatsvinden in 2021 of 2022 en
er moet sprake zijn van een bedrijfsmiddel dat binnen zes maanden na aanschaf
in gebruik wordt genomen.
De BIK kan worden aangevraagd door bedrijven die vennootschapsbelasting of
inkomstenbelasting verschuldigd zijn en loonheffingen afdragen voor personeel.
Daarnaast is een BIK-verklaring nodig van het RvO en deze kan vier keer per jaar
worden toegepast. Na toekenning van de BIK-verklaring kan de
investeringskorting worden toegepast op de loonaangifte.
De BIK kan samengaan met de KIA (kleinschaligheidsinvesteringsaftrek), de MIA
(Milieu Investeringsaftrek) en de EIA (Energie Investeringsaftrek).
Momenteel moet deze regeling nog worden goedgekeurd door de Europese
Commissie.

 

augustus 26, 2020
augustus 26, 2020

Start-up in The Netherlands to conquer the Europan market

The Netherlands are by far the best start-up country in Europe to conquer the European market.

The Dutch economics

For decades we are one of the worlds’ most competitive economy. We maintained that strong position in international trade because of our liberal and tolerant mentality and high education. The Netherlands has five universities listed in the international top 100! Besides the biggest harbor in Europe (Rotterdam),  our main airport has direct flight connections worldwide (Schiphol Amsterdam).  The Netherlands as a member of the EU has all facilities needed to start-up a business in Europe.  Once based in Holland,  your company is entitled to do business in any EU member country. Without any restrictions or duties! Furthermore, your company benefits from attractive Dutch corporate income tax and wage tax facilities.

How to start?

AXP Adviseurs B.V. (Advisors) is a Dutch high-end advisory firm specialized in administrative and fiscal services for international companies, starting-up activities in The Netherlands. From our offices in Amsterdam, Rotterdam and New York, we provide custom-fit services to mainly US and UK companies, that allow them to start a successful business in The Netherlands and the whole of Europe. In contrary to the Big4 advisory companies, our approach is much more pragmatic and useful. We assist you with the incorporation of the entity structure, the fiscal structure and administrative organization.

Our multilingual staff commits itself to a smooth and effective start-up in The Netherlands. Whether the client is small or stock-market listed, our staff provides the same quality of services, considering your specific needs and circumstances.

Our Services

  • Assessment of risks and opportunities
  • Incorporation of the company’s entity(s)
  • We implement the administrative structure and take care of your day-to-day accounting fully digitalized.
  • We assist with opening bank-accounts.
  • Salary administration (including 30% ruling)
  • Intercompany reporting
  • Annual Statements
  • Corporate income tax
  • Legal and fiscal advice

Trust services

If your company needs Trust services to obtain presence or substance in The Netherlands, you can use the services of International Trust Services B.V.  They provide the same level of quality and responsiveness you will experience doing business with AXP.

Brexit

Facing the Brexit that is going to take place without a deal. We formed a special team to assist UK companies in dealing with the Brexit consequences.

Living in The Netherlands

Situated in a delta, meters below sea-level, The Netherlands had to face the powers of the surrounding sea and inflowing rivers for centuries. To adapt and survive, The Dutch developed a creative, hardworking no-nonsense mentality, that up to today can be recognized throughout the country. In the golden age (17th century), The Netherlands as a nation established a worldwide presence in business and trade.

The Danes and  The Dutch are among the happiest people in the world. Political stability, high-quality medical care, a rich cultural life makes The Netherlands the perfect country to locate your staff! Amsterdam and Rotterdam have world famous musea like Het Rijksmuseum, Van Gogh Museum, Stedelijk Museum and Boymans van Beuningen.

mei 5, 2020
mei 5, 2020

De belastingdienst heeft nieuwe fiscale steunmaatregelen en verruiming van enkele reeds bestaande fiscale steunmaatregelen aangekondigd voor bedrijven en ondernemers.

Corona reserve vennootschapsbelasting 

Ondernemingen onderworpen aan vennootschapsbelasting mogen in hun aangifte over het fiscale jaar 2019 een reserve opnemen voor het verlies dat in 2020 is ontstaan als gevolg van de door de overheid genomen maatregelen om verdere verspreiding van COVID-19 te voorkomen.  Deze fiscale reserve (voorziening) ter grootte van het verlies (winst mis kosten)  wordt alleen in de fiscale jaarrekening 2019 en aangifte vennootschapsbelasting opgenomen en mag niet hoger zijn dan de fiscale winst over 2019. Als gevolg van deze fiscale verruiming, kan het verlies uit 2020 dat normaal gesproken pas verrekenbaar zou na oplegging van de definitieve aanslag over dat jaar, direct met de fiscale winst over 2019 worden verrekend.

Verlaging gebruikelijk loon

De belastingdienst staat toe dat directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) met een aanmerkelijk belang (aandelenbezit van minimaal 5%) in 2020 hun gebruikelijk loon verlagen met een bedrag van ten hoogste de omzetdaling. Deze omzetdaling wordt beoordeeld ten opzichte van de periode in 2019 waarin het gebruikelijk loon is verlaagd. Een lager gebruikelijk loon leidt tot een lagere afdracht loonheffingen. Wij verwachten overigens dat de belastingdienst in 2020 geen actief controlebeleid gaat voeren over de hoogte van het genoten DGA- salaris.

Verruiming vrije ruimte werkkostenregeling

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt tijdelijk verruimd van 1,7% naar 3% van de loonsom. Dat betekent dat bedrijven een bedrag ter grootte van 1,3% van hun loonsom, zonder belastingheffing extra kunnen gebruiken om werknemers te faciliteren en ondersteunen bij hun werkzaamheden met alle beperkingen. Denk daarbij vooral ook aan de mogelijkheden om werknemers een hart onder de riem te steken met een leuke attentie.

Deblokkeren G-rekening

De belastingdienst staat tijdelijk toe dat bedrijven hun G-rekening deblokkeren en het saldo aanwenden voor andere noodzakelijke bedrijfsmatige uitgaven (betaling van salarissen en huur). Bedoelde bedrijven wordt door de belastingdienst ook toegestaan om uitstel van betaling aan te vragen voor reeds opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting.

Specifieke maatregelen verruiming loonheffingen

Werkgevers mogen de vaste reiskostenvergoeding van thuiswerkende werknemers onbelast blijven vergoeden. Dit is één van de steunmaatregelen die met name goed nieuws is voor noodgewongen thuiswerkende medewerkers.

Het vaststellen van de identiteit van nieuwe medewerkers mag achteraf plaatsvinden. De belastingdienst verbindt daar geen consequenties aan die normaal gesproken zouden leiden tot maximale afdrachten loonbelasting en premies.

De belastingdienst staat tot 1 juli 2020 toe, dat werkgevers de arbeidsverhouding met werknemers schriftelijk gaan vastleggen. Tot 1 juli is op het loon van een medewerker zonder schriftelijk vastgelegde arbeidsverhouding, het lage ww tarief verschuldigd.

Versoepeling urencriterium

Ondernemers in de inkomstenbelasting die vanwege de overheidsmaatregelen niet kunnen voldoen aan het urencriterium (1225 uur) worden geacht daar wel aan te hebben voldaan. Deze verruiming moet voorkomen dat ondernemers buiten hun eigen schuld niet in aanmerking komen voor de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting (zelfstandigenaftrek, startersaftrek etc) en geldt zo indirect ook als één van de fiscale steunmaatregelen.

Voor een volledig overzicht van alle fiscale maatregelen verwijzen wij u naar de site van de kamer van koophandel: Regelingen belastingdienst en naar onze eerdere berichten op deze site berichten AXP inzake Corona

april 1, 2020
april 1, 2020

Voor het aanvragen van de NOW-subsidie bij het UWV moet de werkgever, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, een aantal stappen doorlopen zodat er door het UWV een voorschot op de loonkosten worden uitgekeerd:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei, vanwege een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later start.
    De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020.
  • De werkgever maakt een inschatting van de naar verwachting te realiseren omzet in de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019 of het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

NOW – berekening tegemoetkoming loonkosten

Let op: als de werkgever een WTV-aanvraag had ingediend, moet het dossiernummer van die aanvraag worden vermeld.

Loonsom voor werknemers met SV-loon

De loonsom van alle werknemers met sociaal verzekeringsloon komt in aanmerking voor de subsidie. Daaronder vallen eveneens werkenden met een fictieve dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen, maar geen vrijwillig verzekerden.

De subsidie bedraagt maximaal 90 procent van de loonsom. De werkgever vraagt de NOW aan per loonheffingsnummer. De loonsom wordt dus vastgesteld per loonheffingsnummer.

De loonsom bestaat dus uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon.

Het UWV gebruikt daarbij meestal de loonsom van januari 2020. Het loon van alle werknemers die in januari 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee.

Wiens loon telt (niet) mee?

De loonsom wordt dus vastgesteld per loonheffingsnummer. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

De NOW geldt voor alle werkgevers die werknemers in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn.

Het loon van alle verzekeringsplichtige werknemers telt mee bij de berekening van de loonsom mits ze worden doorbetaald, dus ook het loon van zieke werknemers.

Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) zijn doorgaans niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Hun loon telt niet mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie. DGA’s kunnen gebruik maken van de bijzondere bijstand zelfstandigen (BBz). Gemeenten voeren deze regeling uit.

Over stagevergoeding van stagiairs en het loon van BBL’ers worden premies werknemersverzekeringen betaald. De vergoeding die aan hen wordt betaald telt in dat geval mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie.

Wel of niet tot loonsom gerekend?

Een onregelmatigheidstoeslag maakt onderdeel uit van het socialeverzekeringsloon dat wordt gebruikt om de loonsom te bepalen.

De NOW biedt ook compensatie voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, pensioenpremies (werknemers- en werkgeversdeel) en de opbouw van vakantiebijslag. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt niet mee in de loonsom.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen voor bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al van de overheid vergoed via UWV.

Opslag van 30% bovenop loonsom

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals pensioenpremies (werkgeversdeel en werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom.

Correcties bij definitieve vaststelling

Bij de bevoorschotting worden werkgeversbetalingen in de meeste gevallen nog meegenomen in de
subsidiehoogte; in die gevallen wordt daar bij de definitieve vaststelling voor gecorrigeerd.

Voor de voorschotten én voor de definitieve vaststelling wordt de loonsom van januari 2020 gebruikt of, als daar geen gegevens over zijn, november 2019.

Het UWV kan bij de definitieve vaststelling nog wel enkele technische correcties doorvoeren:

  • als er in januari uitkeringen waren inbegrepen in de loonsom (bijvoorbeeld ZW-uitkeringen bij een no-riskpolis, die de werkgever van het UWV vergoed krijgt), worden die niet meegenomen in de loonsom;
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die vakantiebijslag reserveert, wordt dat vakantiegeld niet meegenomen in de loonsom (in de opslag voor werkgeverskosten van 30% zit de vakantiebijslag namelijk al inbegrepen); en
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die géén vakantiebijslag reserveert (bijvoorbeeld all-inverloning), wordt daarvoor gecorrigeerd om te voorkomen dat de vakantiebijslag via de opslag van 30% dubbel vergoed wordt.

Als de loonsom van maart tot en mei lager was dan de loonsom van januari, wordt het subsidiebedrag lager. Het bepalen van de loonsom van maart tot en met mei gebeurt op dezelfde manier als die van januari. Dat is dus inclusief de correcties.

Subsidie gekort

Als een werkgever bij het UWV een aanvraag indient voor ontslag op grond van bedrijfseconomische omstandigheden, wordt de subsidie gekort. Het loon van de werknemer(s) voor wie de aanvraag wordt ingediend, wordt verhoogd met 50% en in mindering gebracht op de loonsommen.

Loonaangifte per vier weken

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

Als benadering van de loonsom in maart, april en mei 2020 worden de vierwekentijdvakken genomen die de meeste overlap hebben met die maanden, te weten: het derde tot en met vijfde tijdvak van 2020
(24 februari tot en met 17 mei 2020).

Meerdere loonheffingsnummers

Sommige werkgevers hebben in één entiteit meerdere loonheffingsnummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingsnummer.

De werkgever moet echter wel de omzetdaling opgeven die hij voor de gehele onderneming verwacht en vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.

Polisadministratie

Het UWV baseert zich voor de gegevens over de loonsom op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Het UWV hanteert een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Voorschot in 3 termijnen

De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken na het indienen van de aanvraag.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling, maximaal 90 procent van de loonsom. Bijvoorbeeld:

  • als 100 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90 procent van het totale SV-loon van een werkgever;
  • als 50 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45 procent van het totale SV-loon van een werkgever;
  • als 25 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5 procent van het totale SV-loon van de werkgever.

Op basis van de aanvraag krijgt de werkgever van UWV een voorschot van 80 procent van de verwachte tegemoetkoming.

Accountantsverklaring

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In principe is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Streven is om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden gewijzigd.

Definitieve subsidie

Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Vervanging werktijdverkorting

Hoewel de uitbraak van het coronavirus en de daarmee verband houdende vergaande
overheidsmaatregelen de aanleiding vormen voor het vervangen van de werktijdverkortingsregeling (WTV-regeling) door deze subsidieregeling, ziet deze subsidieregeling niet alleen op bedrijven die een omzetdaling hebben als gevolg van de omstandigheden in verband met de uitbraak van het coranavirus.

Het aanvraag- en verwerkingsproces is losgekoppeld van de concrete vermindering van werkbare uren en van de Werkloosheidwet (WW). Daardoor is het aanvraagproces sterk vereenvoudigd ten opzichte van de WTV-regeling. Een ander verschil is dat werknemers geen WW-rechten verbruiken over de periode waarvoor de NOW-subsidie wordt verstrekt.

WTV-aanvraag

Geregeld is dat voor zover op de WTV-aanvraag nog niet is beslist de WTV-aanvraag wordt geacht een aanvraag te zijn om subsidie op grond van de NOW-regeling. Daartoe is werkgever wel verplicht de WTV-aanvraag aan te vullen met de nog ontbrekende informatie.

Als de werkgever een WTV-aanvraag had ingediend, moet hij het dossiernummer van die aanvraag vermelden.

Samenloop NOW en WTV

Werkgevers die nu al gebruik maken van de WTV-regeling kunnen hun WTV-aanvraag niet verlengen. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen.

Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de WTV-regeling wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei. Zo wordt dubbele financiering voorkomen.

 

 

maart 18, 2020
maart 18, 2020

Woensdagmiddag 17 maart heeft de overheid een steunpakket bekend gemaakt om MKB ondernemers, die vanwege het Corona -virus worden geconfronteerd met een terugval in omzet, financieel te ondersteunen.  Wij zetten deze maatregelen voor u op een rij.

Steunpakket MKB maatregel Zelfstandigen (ZZP-ers, ondernemers met een eenmanszaak zonder personeel en directeuren-grootaandeelhouders dga’s)

Specifiek voor ZZP-ers en zelfstandigen (MKB) heeft de overheid als onderdeel van het steunpakket, de bijstand voor zelfstandigen (Bbz) versoepeld. Alle zzp’ers kunnen vanwege Corona voor een periode van drie maanden een aanvulling op hun inkomen krijgen tot het sociaal minimumloon. Het sociaal minimumloon is voor een:
Alleenstaande: € 1.050 maximaal netto per maand
Gehuwd/ gelijkgestelde: € 1.500 netto per maand per gezin

Anders dan de huidige Bbz hoeft dit bedrag niet te worden terugbetaald. Tot nu kwamen zzp’ers alleen voor bijstand in aanmerking als zij een levensvatbare onderneming hadden, niet konden terugvallen op eigen vermogen of het inkomen van een partner. Die voorwaarden komen te vervallen. Aanvragen moeten worden ingediend bij de Gemeente waar de ondernemer is ingeschreven. Gemeenten krijgen de opdracht de bijstand binnen vier weken uit te keren.

Steunpakket maatregel overheid voor loonkosten van Werknemers: Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

Werknemers van MKB bedrijven die een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachten, krijgen van de overheid tot 90 procent van hun loon doorbetaald. Deze noodmaatregel maakt onderdeel uit van het steunpakket en moet werkgevers ervan weerhouden hun personeel te ontslaan. De regeling werktijdverkorting komt te vervallen. Lopende aanvragen worden in het nieuwe systeem meegenomen. Ook flexwerkers met tijdelijke- en oproepcontracten komen hiervoor nu in aanmerking. De loonsom van deze medewerkers zal waarschijnlijk worden gebaseerd op de gemiddeld gewerkte tijd in een voorafgaande periode.
De aanvraag wordt ingediend bij het UWV en geldt voor drie maanden , maar kan eenmalig nog eens met drie maanden worden verlengd.
De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom.

Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt:
• indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom.
• indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom.
• indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.

Omdat het lastig te voorspellen is hoe groot de uiteindelijke terugval in omzet is, keert het UWV een voorschot uit van 80% van de tegemoetkoming die is aangevraagd. Achteraf vindt een afrekening plaats die is gebaseerd op de daadwerkelijke terugval in omzet. U mag werknemers gewoon laten doorwerken indien u van deze regeling gebruik maakt.

Deze regeling staat los van de WW en staat ook open voor werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting bestaat. oproepkrachten en tijdelijke medewerkers op uitzendcontract of payrolling, vallen ook onder deze regeling.

Meer informatie over de aanvraagprocedure vindt u via deze link

Steunpakket maatregelen overheid voor MKB Bedrijven (waaronder ook eenmanszaken met personeel)

Noodloket

Er komt een noodloket, waar bedrijven in de zwaarst getroffen sectoren direct 4.000 euro kunnen krijgen. Dat geldt voor getroffenen in onder meer de horeca- theater- en reisbranche, fitness centra en kledingwinkels. De regeling wordt uitgevoerd door de RVO.

Belastingen/ belastingdienst

Uitstel van betaling

Alle ondernemers, van mkb tot zzp, kunnen de komende drie maanden uitstel krijgen van belastingbetaling. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting. Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen van belastingen, hoeven niet te worden betaald. Voor alle duidelijkheid, belastingaangiften moeten nog gewoon tijdig worden ingediend. Het aanvragen van uitstel van betaling moet schriftelijk worden ingediend. In het verzoek licht u uw specifiek aan Corona gerelateerde problematiek toe. Binnen vier weken na indiening van het verzoek moet er een derdenverklaring worden opgestuurd, waarin wij (AXP) bevestigen dat de u vanwege Corona niet in staat bent (geweest), de belasting tijdig te voldoen.

Vermindering voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

AXP verlaagt zo nodig de reeds opgelegde voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Wij stemmen dit met al onze klanten individueel af.

Lokale belastingen

Het kabinet overlegt met de gemeenten over de mogelijkheid om lokale aanslagen aan ondernemers, zoals toeristenbelasting, stop te zetten en al opgelegde aanslagen in te trekken.

Verhogen bankkrediet met borgstelling – Borgstellingsregeling Midden- en kleinbedrijf (B MKB)

MKB Bedrijven die in financiële problemen dreigen te komen kunnen bij hun bank een verhoging aanvragen van hun kredietruimte.  Deze verhoging wordt verleend in de vorm van een lening met staatsgarantie. De overheid stelt zich voor 90% van de verhoging garant.

Ingang en looptijd

  • Deze tijdelijke regeling wordt uiterlijk 1 april 2020 gepubliceerd en geldt met terugwerkende kracht vanaf maandag 16 maart 2020 tot 1 april 2021.
  • De looptijd van het borgstellingskrediet is maximaal 8 kwartalen.

Voorwaarden

  • De verhouding tussen het borgstellingkrediet en de financiering voor eigen risico van de bank is 3:1. In de bestaande regeling was die verhouding 1:1.
  • Het borgstellingskrediet bedraagt maximaal € 1,5 miljoen
  • Zelf sta je persoonlijk borg voor 10% van het bedrag van het borgstellingskrediet.

Financieringsvormen

  • Het borgstellingskrediet wordt verstrekt in de vorm van een lening met lineaire aflossing per kwartaal. Maar de lening mag ook aan het einde van de looptijd worden afgelost.
  • De financiering voor eigen risico van de bank wordt verstrekt in de vorm van een lening, een rekening courant krediet of een combinatie daarvan. Hierbij mag het uitstaand bedrag van de lening respectievelijk de limiet van het rekening courantkrediet gedurende de looptijd niet lager zijn dan eenderde van het uitstaand bedrag van het borgstellingskrediet. Het uitstaande bedrag van het rekening courant krediet is daarbij niet van belang.
  • Het kredietdeel voor eigen risico van de bank betreft een nieuwe lening, een nieuw rekening courant krediet of een verhoging van een bestaand rekening courant krediet.
  • Binnen de termijn van maximaal 8 kwartalen is maatwerk mogelijk. De keuze van de looptijd, aflossing en kredietvorm van het bankdeel is flexibel.

Wij assisteren al onze MKB cliënten intensief met als doel de effecten van het Corona virus te minimaliseren. Gebruik maken van deze regelingen maakt daar een essentieel onderdeel van uit.

Link RVO verruimde BMBK regeling

 

maart 17, 2020
maart 17, 2020

Relevante management informatie is tegenwoordig real-time voorhanden op alle niveau’s binnen uw organisatie. De inhoud van de jaarrekening is daarom voor u niet erg verrassend of relevant. En dus vraagt u zich af wat de jaarrekening voor u als ondernemer eigenlijk nog oplevert?

Wettelijke verplichting

Elk lichaam (rechtspersonen zoals bijvoorbeeld BV’s en NV’s) is wettelijk verplicht om een jaarrekening op te stellen. In de meeste oprichtingsakten staat dat het bestuur de jaarrekening binnen vijf maanden na afloop van een boekjaar opstelt. Het bestuur delegeert die verantwoordelijkheid aan haar accountant of adviseurs, maar blijft altijd verantwoordelijk voor de inhoud. De algemene vergadering mag die termijn verlengen, indien bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven. Maar als de aandeelhouder en bestuurder dezelfde zijn, dan dient de jaarrekening uiterlijk elf maanden na afloop van het jaar te zijn opgesteld en gedeponeerd bij de kamer van koophandel. Als er meerdere aandeelhouders zijn dan heeft u nog twee maanden extra tijd.

Accountantsproduct

Een jaarrekening is voor veel ondernemers een typisch accountantsproduct. Onduidelijke waarderingsgrondslagen en gebruik van “jargon” roepen bij een ondernemer meer vragen op dan inzicht. De envelop met ingebonden exemplaren belandt vaak ongeopend in een archiefkast. Externe belanghebbenden, zoals de Kamer en Koophandel, banken en de belastingdienst maken al lang geen gebruik meer van de jaarrekening als boekwerk, maar een digitaal bestand (XBRL).

Wanneer levert een jaarrekening u geld op?

Bij een overname, financieringsaanvraag, aankoop van een eigen woning, echtscheiding en overlijden, is de relevantie van een jaarrekening heel groot. En mocht uw onderneming in zwaar weer komen dan kan een goede jaarrekening u zelfs veel onheil besparen!

Als een vennootschap meerdere aandeelhouders heeft, dan is de jaarrekening een belangrijk document waarin het bestuur verantwoording aflegt aan de aandeelhouders. Die formele kant van de jaarrekening wordt vaak pas relevant als aandeelhouders of bestuurders niet meer door één deur kunnen. Een goede jaarrekening waarmee ook aan alle formele eisen is voldaan, kan u dan veel geld en zorgen besparen!

oktober 23, 2019
oktober 23, 2019

Nieuwe regeling: zakelijk leasen elektrische fiets

Door een nieuwe regeling omtrent het zakelijk leasen van een elektrische fiets, wordt het voor werknemers vanaf 1 januari 2020 fiscaal aantrekkelijk om op de fiets naar het werk te gaan. In deze blog lees je alles wat je moet weten over het zakelijk leasen van fietsen.

Wat is een aantrekkelijke elektrische fiets?

Met de nieuwe regeling wordt het eenvoudiger en fiscaal aantrekkelijk om een elektrische fiets aan werknemers (ook DGA) te verstrekken. Zo wordt het gebruik van de elektrische fiets gestimuleerd. Onder fiets worden alle soorten fietsen verstaan, ook e-bikes en speed pedelecs. De bijtelling voor de fiets is op dezelfde systematiek gebaseerd als bij de bijstelling voor een aan een werknemer ter beschikking gestelde auto.

Lage bijtelling van 7%

Het bijtellingspercentage voor een fiets is vanaf 2020 slechts 7%.  De fiets mag, naast de fietsritten tussen de woning en het werk, ook voor privé fietsritten gebruikt worden. Als de werknemer de fiets alleen zakelijk gebruikt, is de bijtellingsregeling alsnog van toepassing. De bijtelling van 7% wordt berekend over de door de fabrikant vastgestelde consumentenadviesprijs van de fiets. inclusief omzetbelasting.  Accessoires die deel uitmaken van de fiets, maken ook deel uit van de consumentenadviesprijs. Onderhoudsbeurten en servicepakketten maken geen deel uit van de bijtelling maar komen voor rekening van de werkgever.  Een werknemer met een leasefiets komt niet meer in aanmerking voor de belastingvrije reiskostenvergoeding.

De werkgever stelt de elektrische fiets ter beschikking

De elektrische fiets wordt ter beschikking gesteld aan de werknemer. Dit betekent dat de werkgever eigenaar blijft van de elektrische fiets. Het gevolg hiervan is dat indien een werknemer uit dienst treedt, de fiets moet worden teruggegeven aan de werkgever. Als uitzondering hierop, kunnen werkgever en werknemer een overnamebedrag afspreken. Dit bedrag moet ten minste de waarde van fiets in het economisch verkeer zijn op het moment van de overname. Het overnamebedrag is belast als loon.

Het is voor de werknemer ook mogelijk om een eigen bijdrage te betalen. Dan wordt de bruto bijtelling van 7% verminderd met het nettobedrag dat de werknemer bijdraagt. Het resultaat kan nooit minder dan nihil zijn. Op grond van het Besluit Uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA), mag de btw bij de aanschaf van een de fiets vooraf bij de werkgever afgetrokken mag worden. Echter, slechts tot een btw-bedrag van de aanschafwaarde van de elektrische fiets van € 749,- inclusief btw.

Kunnen een auto én ook fiets samen ter beschikking worden gesteld?

Een leaseauto en -fiets mogen naast elkaar worden gebruikt. Als een werknemer een elektrische fiets gebruikt en met zijn of haar privéauto naar het werk komt, mag de werknemer nog steeds de zakelijke kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer declareren. Voor werknemers die al een zakelijke rijden, is het verstrekken van een (elektrische) fiets aantrekkelijker. Zij kunnen met de leasefiets de kinderen naar school brengen en vervolgens in hun leaseauto stappen en naar hun werk rijden.

Voor mensen die met een elektrische fiets naar hun werk willen gaan, hoeft het financieel niet altijd aantrekkelijk te zijn. Een werknemer die 15 kilometer moet afleggen naar zijn of haar werk, krijgt ongeveer € 1370,- reiskostenvergoeding per jaar. Deze vergoeding raakt de werknemer (deels)kwijt. In plaats daarvan betaalt is de werknemer een bijtelling verschuldigd. Met als gevolg dat de werknemer een elektrische fiets van € 1.500,- zo goed als zelf betaald heeft, terwijl de fiets eigendom blijft van de werkgever. Echter, in deze berekening zijn de gezondheidsvoordelen en milieuvriendelijkheid niet meegerekend. De toekomst zal uitwijzen welk argument het zwaarst weegt.

Site belastingdienst onderwerp: ter beschikking stellen fiets van de zaak

oktober 23, 2019
oktober 23, 2019

Informatie nieuwe Kleineondernemersregeling btw

Vanaf 1 januari 2020 gaat de kleineondernemingsregeling (afgekort: KOR) in de wet BTW,  flink veranderen. Zo kan er gekozen worden voor een btw-vrijstelling in plaats van de huidige korting. Wat de regeling inhoudt en wat de gevolgen hiervan zijn leggen we graag uit.

Kleineondernemersregeling tot en met 2019

De huidige kleineondernemingsregeling is bedoeld voor ondernemer die op jaarbasis minder dan € 1.833,- btw moeten afdragen. Als er aan de volgende voorwaarden is voldaan, kan het zijn dat er door de regeling minder of helemaal geen btw hoeft te worden afgedragen. Ten eerste is de eenmanszaak of onderneming een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, zoals een maatschap of vennootschap onder firma. Met andere woorden: rechtspersonen zijn uitgesloten voor deze regeling. De tweede voorwaarde is dat er na de voorbelasting een minimaal bedrag van € 1.883,- btw per jaar betaald moet worden. Ook moet de onderneming in Nederland gevestigd zijn. Tot slot moet er voldaan zijn aan de administratieve verplichtingen voor de btw.

Voorwaarden nieuwe Kleineondernemersregeling vanaf 2020

Een van de voorwaarden van de huidige regeling is dat het moet gaan om een natuurlijk persoon. Vanaf januari 2020 kunnen echter ook rechtspersonen kiezen van een vrijstelling van btw. Indien een onderneming van een eenmanszaak of van een B.V. ervoor kiest om gebruik te maken van de kleineondernemingsregeling, hoeft er geen aangifte van de omzetbelasting meer te worden gedaan. Rechtspersonen kunnen gebruik maken van deze regeling wanneer de jaarlijkse omzet niet hoger is dan € 20.000,-.

Gevolgen nieuwe Kleineondernemersregeling

De gevolgen van het gebruik maken van de regeling zijn als volgt. Ten eerste: u hoeft geen omzetbelastingaangifte meer te doen. Er hoeven dus ook geen facturen meer te worden ingestuurd. De btw op inkopen kunnen niet meer worden teruggevraagd of worden afgetrokken bij de belastingdienst. De keuze om gebruik te maken van de regeling, moet voor de duur van drie jaren worden vastgezet. Als de omzet stijgt tot boven € 20.000,- dan komt de kleineondernemingsregeling te vervallen.

In de afweging om gebruik te maken van deze regeling, moet worden gekeken naar de verwachte omzet van de komende drie jaar. Tevens kan bij de afweging relevant zijn dat het recht om btw af te trekken bij inkopen verloren gaat door de nieuwe regeling. Indien je ons advies wenst over het bovenstaande, kun je contact met ons opnemen!

maart 10, 2019
maart 10, 2019

AXP biedt tijdelijk financieel administratief personeel, vakbekwaam en betrouwbaar

AXP biedt bedrijven tijdelijk ondersteuning of – vervanging van financieel of administratief personeel. Bijvoorbeeld vanwege ziekte, zwangerschapsverlof  of vakantie van uw vaste medewerker. Of gewoon interim ondersteuning van uw vaste team vanwege drukte.

De ‘plug and play’ oplossing van AXP

AXP Adviseurs B.V. is een administratiekantoor met vestigingen in Amsterdam en Rotterdam.  De administratiemedewerkers van AXP zijn op elk niveau beschikbaar om uw eigen personeel bij afwezigheid tijdelijk te vervangen. Van boekhouder tot senior-controller. Ze hebben ervaring met de bekende  administratiesoftware, zoals Twinfield, Exact, Unit4 en Snelstart.  Al onze medewerkers zijn administratief geschoold en beschikken over ruime ervaring. Ze voorzien u van managementrapportages, doen aangifte omzetbelasting, bereiden de maandelijkse verloning voor. Indien nodig stellen ze ook uw jaarrekening op. De inzetbaarheid van onze mensen wordt nog vergroot door de ondersteuning die ze krijgen van gespecialiseerde medewerkers AXP Adviseurs.

De medewerker met alle kennis en ervaring van een compleet advieskantoor tijdelijk voor u beschikbaar

Zo beschikt u eigenlijk niet alleen tijdelijk over financieel administratieve ondersteuning, maar over alle specialisten werkzaam bij AXP Adviseurs B.V.  Die krijgt u er gratis bij!  Wij hebben de navolgende financiële specialisten in dienst: fiscalisten (ook internationale belastingadviseurs), financiële administratie, salarisadministrateuts, samenstellers van jaarrekeningen en rapportages en interim controllers.  Een tijdelijke vervanging verloopt zorgeloos. Vaak zelfs zo goed dat u stiekem hoopt dat uw boekhouder nog een paar dagen ziek blijft!

Tijdelijk vervangen niet duur

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het tijdelijk vervangen van administratief en financieel personeel niet duur. Integendeel, de ervaring leert dat onze financieel administratieve medewerkers juist bijdragen aan procesoptimalisatie en het realiseren van fiscale voordelen of verminderen van (fiscale) risico’s, die tot dusver over het hoofd werden gezien.

Bel vrijblijvend één van onze kantoren in Rotterdam of Amsterdam.  Naar telefoonnummers vestigingen AXP