Aanvraagprocedure NOW regeling UWV

Voor het aanvragen van de NOW-subsidie bij het UWV moet de werkgever, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, een aantal stappen doorlopen zodat er door het UWV een voorschot op de loonkosten worden uitgekeerd:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei, vanwege een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later start.
    De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020.
  • De werkgever maakt een inschatting van de naar verwachting te realiseren omzet in de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019 of het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

NOW – berekening tegemoetkoming loonkosten

Let op: als de werkgever een WTV-aanvraag had ingediend, moet het dossiernummer van die aanvraag worden vermeld.

Loonsom voor werknemers met SV-loon

De loonsom van alle werknemers met sociaal verzekeringsloon komt in aanmerking voor de subsidie. Daaronder vallen eveneens werkenden met een fictieve dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen, maar geen vrijwillig verzekerden.

De subsidie bedraagt maximaal 90 procent van de loonsom. De werkgever vraagt de NOW aan per loonheffingsnummer. De loonsom wordt dus vastgesteld per loonheffingsnummer.

De loonsom bestaat dus uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon.

Het UWV gebruikt daarbij meestal de loonsom van januari 2020. Het loon van alle werknemers die in januari 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee.

Wiens loon telt (niet) mee?

De loonsom wordt dus vastgesteld per loonheffingsnummer. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten.

De NOW geldt voor alle werkgevers die werknemers in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn.

Het loon van alle verzekeringsplichtige werknemers telt mee bij de berekening van de loonsom mits ze worden doorbetaald, dus ook het loon van zieke werknemers.

Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) zijn doorgaans niet (verplicht) verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Hun loon telt niet mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie. DGA’s kunnen gebruik maken van de bijzondere bijstand zelfstandigen (BBz). Gemeenten voeren deze regeling uit.

Over stagevergoeding van stagiairs en het loon van BBL’ers worden premies werknemersverzekeringen betaald. De vergoeding die aan hen wordt betaald telt in dat geval mee bij het berekenen van de hoogte van de NOW-subsidie.

Wel of niet tot loonsom gerekend?

Een onregelmatigheidstoeslag maakt onderdeel uit van het socialeverzekeringsloon dat wordt gebruikt om de loonsom te bepalen.

De NOW biedt ook compensatie voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, pensioenpremies (werknemers- en werkgeversdeel) en de opbouw van vakantiebijslag. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt niet mee in de loonsom.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen voor bijvoorbeeld de Wet arbeid en zorg gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al van de overheid vergoed via UWV.

Opslag van 30% bovenop loonsom

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals pensioenpremies (werkgeversdeel en werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom.

Correcties bij definitieve vaststelling

Bij de bevoorschotting worden werkgeversbetalingen in de meeste gevallen nog meegenomen in de
subsidiehoogte; in die gevallen wordt daar bij de definitieve vaststelling voor gecorrigeerd.

Voor de voorschotten én voor de definitieve vaststelling wordt de loonsom van januari 2020 gebruikt of, als daar geen gegevens over zijn, november 2019.

Het UWV kan bij de definitieve vaststelling nog wel enkele technische correcties doorvoeren:

  • als er in januari uitkeringen waren inbegrepen in de loonsom (bijvoorbeeld ZW-uitkeringen bij een no-riskpolis, die de werkgever van het UWV vergoed krijgt), worden die niet meegenomen in de loonsom;
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die vakantiebijslag reserveert, wordt dat vakantiegeld niet meegenomen in de loonsom (in de opslag voor werkgeverskosten van 30% zit de vakantiebijslag namelijk al inbegrepen); en
  • als er vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die géén vakantiebijslag reserveert (bijvoorbeeld all-inverloning), wordt daarvoor gecorrigeerd om te voorkomen dat de vakantiebijslag via de opslag van 30% dubbel vergoed wordt.

Als de loonsom van maart tot en mei lager was dan de loonsom van januari, wordt het subsidiebedrag lager. Het bepalen van de loonsom van maart tot en met mei gebeurt op dezelfde manier als die van januari. Dat is dus inclusief de correcties.

Subsidie gekort

Als een werkgever bij het UWV een aanvraag indient voor ontslag op grond van bedrijfseconomische omstandigheden, wordt de subsidie gekort. Het loon van de werknemer(s) voor wie de aanvraag wordt ingediend, wordt verhoogd met 50% en in mindering gebracht op de loonsommen.

Loonaangifte per vier weken

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

Als benadering van de loonsom in maart, april en mei 2020 worden de vierwekentijdvakken genomen die de meeste overlap hebben met die maanden, te weten: het derde tot en met vijfde tijdvak van 2020
(24 februari tot en met 17 mei 2020).

Meerdere loonheffingsnummers

Sommige werkgevers hebben in één entiteit meerdere loonheffingsnummers. Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingsnummer.

De werkgever moet echter wel de omzetdaling opgeven die hij voor de gehele onderneming verwacht en vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.

Polisadministratie

Het UWV baseert zich voor de gegevens over de loonsom op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen. Het UWV hanteert een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

Voorschot in 3 termijnen

De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken na het indienen van de aanvraag.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling, maximaal 90 procent van de loonsom. Bijvoorbeeld:

  • als 100 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90 procent van het totale SV-loon van een werkgever;
  • als 50 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45 procent van het totale SV-loon van een werkgever;
  • als 25 procent van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5 procent van het totale SV-loon van de werkgever.

Op basis van de aanvraag krijgt de werkgever van UWV een voorschot van 80 procent van de verwachte tegemoetkoming.

Accountantsverklaring

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In principe is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Streven is om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden gewijzigd.

Definitieve subsidie

Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

Vervanging werktijdverkorting

Hoewel de uitbraak van het coronavirus en de daarmee verband houdende vergaande
overheidsmaatregelen de aanleiding vormen voor het vervangen van de werktijdverkortingsregeling (WTV-regeling) door deze subsidieregeling, ziet deze subsidieregeling niet alleen op bedrijven die een omzetdaling hebben als gevolg van de omstandigheden in verband met de uitbraak van het coranavirus.

Het aanvraag- en verwerkingsproces is losgekoppeld van de concrete vermindering van werkbare uren en van de Werkloosheidwet (WW). Daardoor is het aanvraagproces sterk vereenvoudigd ten opzichte van de WTV-regeling. Een ander verschil is dat werknemers geen WW-rechten verbruiken over de periode waarvoor de NOW-subsidie wordt verstrekt.

WTV-aanvraag

Geregeld is dat voor zover op de WTV-aanvraag nog niet is beslist de WTV-aanvraag wordt geacht een aanvraag te zijn om subsidie op grond van de NOW-regeling. Daartoe is werkgever wel verplicht de WTV-aanvraag aan te vullen met de nog ontbrekende informatie.

Als de werkgever een WTV-aanvraag had ingediend, moet hij het dossiernummer van die aanvraag vermelden.

Samenloop NOW en WTV

Werkgevers die nu al gebruik maken van de WTV-regeling kunnen hun WTV-aanvraag niet verlengen. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen.

Als daarbij samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden in het kader van de WTV-regeling wordt deze laatste betaling voor de subsidievaststelling in mindering gebracht op de loonsom over maart tot en met mei. Zo wordt dubbele financiering voorkomen.