Een tweede fiets van de zaak? Ook dan geldt de 7%-bijtelling
Steeds meer werkgevers bieden medewerkers een fiets van de zaak aan. Vooral elektrische fietsen, speed pedelecs en bakfietsen zijn populair als duurzaam alternatief voor de auto. Maar wat gebeurt er als een werknemer niet één, maar twee fietsen van de zaak gebruikt? Bijvoorbeeld een e-bike voor woon-werkverkeer en een bakfiets voor het vervoeren van kinderen?
Over deze situatie bestond lange tijd onduidelijkheid. Inmiddels is bevestigd dat ook voor een tweede (of zelfs derde) fiets van de zaak gewoon de bekende 7%-bijtelling geldt.
Geen maximum aantal fietsen van de zaak
De fiscale regeling voor de fiets van de zaak kent geen maximumaantal fietsen. De wet kijkt uitsluitend naar het feit dat een werkgever een fiets ter beschikking stelt aan een werknemer.
Dat betekent dat meerdere fietsen onder dezelfde regeling kunnen vallen. Voor iedere fiets die door de werkgever beschikbaar wordt gesteld, geldt afzonderlijk de fiscale waardering volgens de bestaande regels.
Hiermee verdwijnt de onzekerheid die in de praktijk bestond over de fiscale behandeling van een tweede leasefiets.
Wanneer is sprake van een fiets van de zaak?
Een fiets valt onder de regeling voor de fiets van de zaak wanneer:
- de werkgever eigenaar blijft van de fiets;
- de werknemer de fiets mag gebruiken voor woon-werkverkeer én privédoeleinden;
- de fiets door de werkgever ter beschikking wordt gesteld.
Onder deze regeling vallen onder meer:
- gewone fietsen;
- elektrische fietsen (e-bikes);
- speed pedelecs;
- bakfietsen.
Wordt de fiets eigendom van de werknemer, dan gelden andere fiscale regels. In dat geval is er geen sprake van een ter beschikking gestelde fiets van de zaak.
Hoe werkt de bijtelling bij meerdere fietsen?
Voor iedere ter beschikking gestelde fiets geldt een jaarlijkse bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs inclusief btw.
Het werkelijke privégebruik speelt daarbij geen rol. Anders dan bij een auto van de zaak hoeft een werknemer geen rittenregistratie of kilometeradministratie bij te houden.
Voorbeeld
Een werkgever stelt een e-bike beschikbaar met een consumentenadviesprijs van € 3.000.
De jaarlijkse bijtelling bedraagt:
€ 3.000 × 7% = € 210 per jaar
Dat komt neer op:
€ 17,50 per maand
Heeft een werknemer daarnaast nog een tweede fiets van de zaak, dan wordt voor die fiets opnieuw 7% van de consumentenadviesprijs berekend. De totale bijtelling bestaat dus uit de optelsom van de afzonderlijke fietsen.
Gevolgen voor loonadministratie en werkkostenregeling
De bijtelling voor privégebruik wordt gezien als loon in natura en moet worden verwerkt in de loonadministratie.
Daarnaast kan de werkgever de bijtelling aanwijzen als eindheffingsloon binnen de werkkostenregeling (WKR). Dit gaat ten laste van de beschikbare vrije ruimte. Wanneer de vrije ruimte wordt overschreden, kan een eindheffing van 80% verschuldigd zijn.
Let op: geen onbelaste kilometervergoeding
Een belangrijk aandachtspunt is dat voor kilometers die met een fiets van de zaak worden gereden geen recht bestaat op de onbelaste kilometervergoeding van € 0,23 / € 0,25 per kilometer. Werkgevers doen er daarom verstandig aan om de totale mobiliteitsregeling goed te beoordelen en medewerkers hierover duidelijk te informeren.
Nieuwe uitzondering vanaf 2026
Vanaf 2026 is er een belangrijke verduidelijking in de regelgeving.
De bijtelling kan op nihil worden gesteld wanneer de fiets niet of slechts incidenteel bij de woning van de werknemer wordt gestald. Van incidenteel gebruik is sprake wanneer de fiets maximaal 10% van de tijd bij het woon- of verblijfadres staat.
Deze regeling is met name relevant voor:
- deelfietsen;
- hubfietsen;
- bedrijfsfietsen die op een vaste locatie blijven staan.
De verduidelijking werkt terug tot 1 januari 2020.
Wat betekent dit voor werkgevers?
De bevestiging dat ook meerdere fietsen onder de 7%-regeling vallen, biedt werkgevers meer flexibiliteit bij het inrichten van hun mobiliteitsbeleid.
Denk bijvoorbeeld aan medewerkers die:
- verschillende vervoersbehoeften hebben;
- een bakfiets gebruiken voor gezinsvervoer;
- afhankelijk van het seizoen een andere fiets inzetten;
- zowel zakelijke als privéritten willen combineren.
Door de duidelijkheid vanuit de Belastingdienst kunnen werkgevers en werknemers eenvoudiger beoordelen welke fietsoplossing het beste past bij hun situatie.
Samengevat
Een tweede fiets van de zaak leidt niet tot een andere fiscale behandeling. Voor iedere fiets die door de werkgever ter beschikking wordt gesteld, geldt dezelfde bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs. De regeling kent geen maximumaantal fietsen, waardoor werkgevers meer mogelijkheden krijgen om duurzame mobiliteit op maat aan te bieden.
Bron: Nextens
Search
Categories
- Advocatuur
- Algemeen
- Arbeidsrecht
- Autobelastingen
- Automatisering – robotisering
- Belastingplan
- Creatieve sector
- DGA
- Dividendbelasting
- Festivals en evenementen
- Fiscaal
- Formeel recht
- Handel
- ICT Bedrijven
- Inkomstenbelasting
- Invordering
- Kantoornieuws
- Laatste nieuws
- Lonen
- Loonbelasting
- Medici
- MKB
- Modellen en influencers
- Non Profit
- Omzetbelasting
- Ondernemingsrecht
- Ondernemingswinst
- Overdrachtsbelasting
- Salarisadministratie en HR Advies
- Sociale verzekeringen
- Stichting
- Successiewet
- Toeslagen
- Vastgoed
- Vennootschapsbelasting
- Vereniging






